Inloggen | English | Contact | Links | Twitter |
rss
 RSS

Dirk Hudig
Over Mr. Dirk Hudig (1872 – 1934)


Mr. Dirk Hudig, geboren in 1872, was een telg uit een zeer Rotterdams patriciërsgeslacht. Een milieu van reders, assuradeuren, een "kapitalistisch" milieu. Na een korte studietijd in Leiden, ging hij verder studeren in Amsterdam en raakte onder invloed van Treub, toen hoogleraar sociale economie, die, daarvoor als raadslid en wethouder en lid van de Tweede Kamer voor de Vrijzinnig Democratische Bond, krachtig meewerkte aan de verbetering van maatschappelijke toestanden. In tegenstelling tot Treub werd Hudig wel socialist, en heeft hij de maatschappelijke bewogenheid, die hij in zijn studiejaren bij zich voelde groeien bevestigd op de terreinen, die voor hem het meest voor de hand kwamen te liggen: de volkshuisvesting en de stedebouw. Als pas afgestudeerd jurist werd Hudig in 1899 betrokken bij het werk van het Centraal Bureau voor Sociale Adviezen, en werd hij in 1905 directeur van dit centrum dat de verzameling van literatuur en gegevens en de voorlichting op het gebied van het gehele maatschappelijke vraagstuk ten doel had. In publicaties geeft hij dan al blijk van zijn interesse voor de volkshuisvesting, of "het woningvraagstuk" zoals het toen genoemd werd. In 1913 is hij een van de oprichters van de Nationale Woningraad, maar al direct zag hij naast de Woningraad plaats voor een instelling die zich over het gehele veld van de volkshuisvesting zou bewegen, hetgeen leidde tot het oprichten van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting, waarvan hij tot zijn dood de drijvende kracht is geweest. Maar ook was hij de man van het Internationaal Stedebouwcongres in 1924 in Amsterdam, en was hij de zeer actieve secretaris van de op zijn voorstel in 1923 ingestelde Stedebouwkundige Raad, een groep voortrekkers op het terrein van de stedebouw. 

Iemand die Hudig jarenlang van nabij heeft meegemaakt, mr. Jasper Vink, heeft dat ter gelegenheid van een eerdere penninguitreiking, in 1972 (aan H. van der Weijde), als volgt vertolkt:

"Hier is, geloof ik, plaats voor een vergelijking met sommige uitingen van maatschappelijke bewogenheid, die wij nu om ons heen zien. Ik weet dat in Hudig dezelfde hartstocht voor een betere wereld brandde als die nu velen tot actie beweegt. (...) Het komt niet aan op de bewogenheid, maar op het daaruit trekken van consequenties voor zichzelf. (...) Hij heeft ons Instituut opgericht als verzamelpunt, als werk- en voorlichtingscentrum, als wachtpost en stimulans vanuit de maatschappij, en hij heeft zich zelf tot zijn - menselijk gezien te vroege - dood in 1934 aan dat Instituut gegeven met de volle inzet van zijn persoon, in primitieve behuizingen, met maar enkele hulpkrachten en tegen een karig salaris. (...) Hij heeft in de volle zin voor zijn sociale bewogenheid "payé de sa personne". Maar zo heeft hij beslissend bijgedragen tot de ontwikkeling van de volkshuisvesting en de stedebouw in ons land, tot het ontstaan van een positieve mentaliteit bij burgerij en overheden, het op peil brengen van de wetgeving, het op gang brengen van de opleiding van deskundigen en wat niet al."

x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.