Log in | English | Contact | Links | Twitter |
rss
 RSS

‘Afstemming water en ruimte vraagt creativiteit’
Watertoetspraktijk verbetert zichzelf via lerende evaluatie


De watertoets moet er sinds 2001 voor zorgen dat waterbelangen meewegen in ruimtelijke planprocessen. 'De watertoets was nooit bedoeld als toets achteraf maar als een procesinstrument. Je moet er dus als professional zelf iets in betekenen', stelt Jelte Bosma, voorzitter van de landelijke werkgroep die de watertoets evalueert. 'Via een lerende evaluatie proberen we als professionals grip te krijgen op het inbrengen van het waterbelang aan de voorkant van de meer strategische ruimtelijke planprocessen. Deze evaluatie heeft niet als hoogste doel om een lijstje met knelpunten in Den Haag neer te leggen, maar wil lerenderwijs de praktijk verbeteren.”

Sinds het Nationaal Bestuursakkoord Water uit 2003 ligt er ook de bestuurlijke afspraak dat er in de ruimtelijke ordening meer aandacht moet zijn voor het waterbelang. “Waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van zowel Rijk, provincies als gemeenten” heet het in de eerste omschrijving van de watertoets in 2001. 'Sindsdien is die doelstelling niet veranderd, wel is de watertoets van gedaante veranderd, stelt Bosma. 'We hebben te maken met voortschrijdend inzicht, met een zeer dynamische beleidswereld en met veranderende wettelijke kaders.'

Welke wettelijke veranderingen zijn voor de watertoets van belang?
“Een belangrijke ontwikkeling is dat met de nieuwe Wro/Bro in 2008 het provinciale streekplan is komen te vervallen, en dat daar vormvrije structuurvisies voor rijk, provincies en gemeenten voor in de plaats zijn gekomen. De watertoets is nu niet langer een wettelijk voorgeschreven verplichting voor die structuurvisies, wat het wel was voor het streekplan. De wettelijke verplichting geldt nu alleen nog voor het bestemmingsplan en het inpassingsplan. Overigens hebben initiatiefnemers zich met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water, ook voor structuurvisies, verplicht om ergens in het proces de inbreng van de waterbeheerder vragen. Het ligt niet precies vast hoe en wanneer dat moet gebeuren. Maar het is natuurlijk: hoe eerder hoe beter.”

Wat beoogt u met de evaluatie van de watertoets?
'We zijn nu met de derde evaluatie bezig. De eerste evaluatie ging over de bekendheid van het instrument watertoets, de tweede over de toepassing ervan, vooral in bestemmingsplannen. Gekeken is toen naar de mate waarin het instrument werd toegepast en de kwaliteit en breedte van de waterinbreng. Indien zou blijken dat dat onvoldoende was zou aanvullend beleid en aanvullende wetgeving overwogen worden. In deze derde evaluatie focussen we op de werking van het instrument bij strategische ruimtelijke planvorming. Dat is al vanaf de introductie van de watertoets een witte vlek. Gezien de dynamiek in beleid en wetgeving is besloten deze evaluatie in te steken als een 'lerende evaluatie', en dus niet als een 'verantwoordende evaluatie', zoals de vorige keer', stelt Bosma.

Moet het waterbelang in de praktijk nog steeds vechten om gehoord te worden?
'
We hebben het regionale waterbeheer in Nederland natuurlijk in een eigenstandige bestuurlijke vorm ondergebracht. Noem het de 'functionele democratie' van de waterschappen naast de 'algemene democratie' van gemeenten, provincies en rijk. Enerzijds is dat een mooie constructie, want het maakt dat het waterbeheer daadkrachtig en doeltreffend is. Dat is ook bijzonder in internationaal opzicht. Er is veel belangstelling voor de manier waarop we het waterbeheer in Nederland met waterschappen geregeld hebben. Dat is iets om trots op te zijn. Anderzijds zijn gemeenten en provincies verantwoordelijk voor ruimtelijke planvorming. Als waterbeheerder moet je in ruimtelijke planprocessen meer doen dan alleen normen en randvoorwaarden toepassen. Met de introductie van de watertoets zijn we deelnemer geworden in deze planprocessen. Dit betekent dat we vanaf het begin af aan kunnen meedenken, met als inzet ruimtelijke oplossingen te laten bijdragen aan een goed functionerend watersysteem en vice versa. De watertoets is ook vanuit die optiek een erg nuttig procesinstrument.’

Leidt het al tot resultaten?
'Jazeker, als je in zo’n proces zit dan blijken er opeens alternatieven te zijn die jij nooit zou hebben bedacht, maar die vanuit het waterbeheer wel van belang zijn. Menselijke creativiteit is oneindig. Als je op afstand blijft staan ga je de andere oplossingen nooit ontdekken. Onze opgave is om het gezamenlijke proces blijvend te stimuleren, zowel onder RO-ers als onder waterbeheerders. Voor ons een goede reden om op de Dag van de Ruimte zowel de waterwereld als de ruimtelijke vakwereld op te zoeken.'

Jelte Bosma is voorzitter van de Landelijke Werkgroep Watertoets, tevens Afdelingshoofd Strategie en Ontwikkeling, Waterschap Zuiderzeeland.


 

In de landelijke werkgroep watertoets zijn vertegenwoordigd de Rijksoverheid, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Het eindrapport van de lopende evaluatie watertoets komt in de loop van 2012 beschikbaar. De landelijke werkgroep watertoets is mede-organisator van de Dag van de Ruimte 2011.

 

x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.