Log in | English | Contact | Links | Twitter |
rss
 RSS
Home / Publicaties / Overzicht

Overzicht
 Parkeren en het bestemmingsplan


De Nirov werkgroep van bestemmingsplanmakers, bestaande uit juridisch adviseurs van BügelHajema, Oranjewoud, Buro Vijn en Pouderoyen Compagnons en het Nirov zelf, hebben onlangs de publicatie ‘Parkeren en het bestemmingsplan opgesteld. 

Aanleiding voor deze publicatie over het thema ‘Parkeren en het bestemmingsplan’ is het mogelijk komen te vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening, waaronder de daarin opgenomen parkeerbepaling. Deze bepaling vormt in de meeste gevallen een belangrijke grondslag voor de doorwerking van de parkeerbehoefte van in een bestemmingsplan toegelaten ontwikkelingen. Op dat moment zal het parkeren in het bestemmingsplan zelf opgenomen moeten worden. Reden genoeg om daar een uitgave van het ODL netwerk aan te wijden.

Op welke manieren kan parkeren in het bestemmingsplan worden geborgd? In de publicatie worden verschillende manieren aangedragen om dit te doen. Het supplement is via het Nirov te verkrijgen.

INHOUD

Inleiding
-  Aanleiding
-  Doel
-  Afbakening onderwerp
-  Parkeerbeleid en ruimtelijke ordening
-  Leeswijzer

Juridisch kader
-  Parkeerbepaling in de bouwverordening
-  Wet ruimtelijke ordening
-  Wegenverkeerswet
-  APV / Parkeerverordening
-  CROW-parkeerkencijfers

Beleid
-  Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
-  Nota mobiliteit
-  Parkeerbeleid gemeenten
-  Provinciaal beleid
-  Initiatiefnota
-  Conclusie

Jurisprudentieanalyse
-  Eis van voldoende parkeerruimte
-  Berekening parkeerbehoefte
-  Afdwingen parkeerruimte
-  Financiële voorwaarden (parkeerfonds)
-  Samenhang met het parkeerbeleid
-  Bouwverordening en afwijking bestemmingsplan
-  Conclusie

Inhoud bestemmingsplan
-  Verschillende situaties betreffende parkeren en bestemmingsplan
-  Verschillen bouwverordening en bestemmingsplan
-  Eis voldoende parkeergelegenheid in bestemmingsplan?
-  Parkeernomen in bestemmingsplan?
-  Grondexploitatie en parkeren
-  Parkeerparagraaf in bestemmingsplantoelichting
-  Parkeerregeling in herziening bestaande bestemmingsplannen
-  Parkeerregeling in de beheersverordening

Voorbeelden regeling
-  Voorbeeldbepalingen
-  Commentaar 

Studiemiddag en aanpassingen 
-  Verslag van de studiemiddag 
-  Aanpassingen van het supplement  


Bijlage 1: Fietsparkeren en bestemmingsplan
Bijlage 2: Laden en lossen en bestemmingsplan 


 Nirov Kiosk nr.07 / december 2011

- Vermindering complexiteit van omgevingsrecht versnelt gebiedsontwikkeling beperkt
- Transformatie kantoorgebouwen haalbare optie
- Mobiliteit neemt sinds 2005 niet meer toe
- Winkeliers verder onder druk door schaalvergroting en internetverkoop
- Natuurakkoord maakt versnelde achteruitgang natuurkwaliteit reëel

Klik hier voor de Nirov Kiosk nummer 7 / december 2011

 S+RO nr. 6/2011

Brainport Eindhoven
Eindhoven is booming! Met de Brainport Eindhoven als klapper. Hier bevinden zich Nederlands meest productieve bedrijven en instituten voor technologie en kennis. Op de kaart zijn de grenzen van deze ‘slimste regio’ van Nederland niet duidelijk aan te geven. Het is een netwerkeconomie met talloze samenwerkingsverbanden, ook over de landsgrenzen heen. Wat is het geheim van dit succes? Is het de typische Brabantse mentaliteit waarbij plannen en afspraken in een sfeer van wederzijds vertrouwen worden gemaakt? En wat kunnen andere regio’s hiervan leren? 

Daarnaast blikt Hans van der Cammen terug op vijftig nota’s voor nationaal ruimtelijk beleid, laat Anne Luijten zien hoe de jonge generatie stedenbouwkundigen denkt over het vak en geeft Peter Noordanus zijn ongezouten mening over het verstedelijkingsbeleid. Lucas Verweij legt zich toe op het moneyshot en Sjors de Vries ziet een echte trendbreuk in de ruimtelijke ordening. 


Adverteerders in deze uitgave;





 Tijdschrift voor de Volkshuisvesting nr.6/2011

van duurzaam denken naar duurzaam doen
De wereld van duurzaam bouwen en renoveren is volop in beweging en heeft op veel terreinen nog een experimentele status. In het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting staat daarom de vraag centraal: wat wordt ook gerealiseerd van alle goede bedoelingen? “De inspanningen verschillen zeer per corporatie. Maar we moeten ons daar niet door laten afleiden. Gewoon doorgaan op de ingeslagen weg,” vindt Jim Schuyt van De Alliantie. Verder aandacht voor 110 jaar Woningwet en voor positief coachen: “Wat zou er gebeuren als wij zeggen dat we blij zijn met de lage rente en dat we niet bang zijn voor een rentestijging, omdat we ruim de tijd hebben gehad om voor de lange termijn goedkoop geld in te kopen?” vraagt Gerrit Breeman zich af.


Adverteerders in deze uitgave;





 

 Nirov Kiosk nr.06 / november 2011

- Nederland in 2040: een land van regio’s
- Financiële effecten van de vastgoedcrisis bij gemeentelijke grondbedrijven
- Architectuur als sociale transformator
- Corporaties in hun maag met lage middeninkomens
- Doorpakken in waterveiligheid, risico’s nemen toe!

Klik hier voor de Nirov Kiosk nummer 6 / november 2011

 S+RO nr.5/2011

SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte)
Minister Melanie Schultz (IenM) heeft niets tegen België. Hoe daar het land wordt ingericht, zonder al te veel ingewikkelde regelgeving – dat is een mooi voorbeeld voor Nederland. Volgens de nieuwste plannen van de minister wordt er daarom fors gekapt in het woud aan regels, zal het Rijk een minder centrale rol vervullen, en komt er meer ruimte voor het lokale initiatief. Verantwoordelijkheden die altijd bij de overheid lagen, verplaatsen naar andere spelers (provincies en gemeenten). Wat betekent dit voor de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland? Liggen Belgische toestanden op de loer? 

Verena Balz (TU Delft) laat zien hoe we energie uit reststromen kunnen halen. Dirk Sijmons vertelt over zijn nieuwe aanstelling als hoogleraar landschapsarchitectuur aan diezelfde TU.  Erwin van der Krabben pleit voor een terughoudend grondbeleid, en volgens Luuk Oost, Herman de Wolff en Friso de Zeeuw hebben rood en groen nieuwe huwelijkse voorwaarden nodig.

 Tijdschrift voor de Volkshuisvesting nr.5/2011

Hoogste tijd voor de grote brutering

Om de compleet verstarde woningmarkt in beweging te krijgen biedt alleen een radicale herziening soelaas. Het is de hoogste tijd voor de grote brutering, schrijven Pieter Buisman, Anke Sieverink, Bart Louw en Tom Staeter (DHV) in het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Ook in het tijdschrift een interview met Dirk Brounen: “De Nederlandse woningmarkt is niet meer van deze tijd”. En verder laat Sas van Gent zien dat krimp ook wel degelijk kansen biedt.

 Nirov Kiosk nr.05 / september 2011
- Ondoelmatigheid rem voor duurzame gebiedsontwikkeling
- Nieuwe rol overheid nodig voor schone economie
- Hefbomen voor de Transitie in het Bodembeleid
- Kabinet versterkt vertrouwen woningmarkt en verlaagt overdrachtsbelasting
- Natura 2000 lang niet altijd een belemmering voor recreatie-ondernemingen

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.05 / september 2011

 Tijdschrift voor de Volkshuisvesting nr.4/2011

Idealen, ze zijn van alle tijden
De discussie over de woningmarkt begint langzamerhand trekjes te vertonen van een loopgravenoorlog, schrijft Marc Calon (Aedes) in het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Waarom zijn we niet in staat een oplossing te vinden, vraagt hij zich af.
Bevlogen mensen zijn er nog volop te vinden in de volkshuisvesting, het zijn alleen geen wereldhervormers meer, zegt Maya Savelkoul in het nieuwe nummer dat als thema idealen heeft.
Ter geruststelling: idealen zijn van alle tijden.
Verderop in het tijdschrift houdt Hugo Priemus de Woonvisie van minister Donner tegen het licht. “Het bevat pluspunten, zoals het centraal stellen van de burger en het streven naar reductie van de energiekosten, maar de Woonvisie is ook inconsistent en paternalistisch.” Right to Buy heeft van veel mensen huiseigenaar gemaakt én Groot-Brittannië opgezadeld met onverkoopbare huurwoningen in wijken waar niemand wil wonen; staat Nederland dat met kooprecht ook te wachten?

 S+RO nr.4/2011

S+RO 4/2011: Enge Stad
Leefbaarheid en veiligheid zijn onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de stedelijke omgeving. En hoewel er steeds meer camera’s in het straatbeeld verschijnen, lijken we ons niet veiliger te voelen. Filmpjes van de recente rellen in Londen, Parijse toestanden van destijds en uitzonderlijke beveiligingsmaatregelen bij voetbalwedstrijden laten letterlijk zien dat we ons in een steeds beter bekeken en gereguleerde wereld bevinden. Of die maatregelen steden daadwerkelijk minder eng maken, dat is nog maar de vraag. Wat kan de stedenbouwer er aan doen?

Lucas Verweij heeft nog nooit in een hoofdstad gewoond, realiseert hij zich nu hij leeft in metropool Berlijn. Steven Ducatteeuw kijkt met Vlaamse ogen naar de Belgische toestanden in Nederland. En Huub Droogh geeft een kijkje in de Poolse planningskeuken. Maar onze gedachten gaan op dit moment vooral uit naar de nabestaanden van Luc Vrolijks, die tijdens zijn vakantie plotseling overleed. Kort voor zijn dood schreef hij een mooi artikel over planvorming in New York en Amsterdam. De redactie wenst alle betrokkenen veel sterkte met het verwerken van dit grote verlies.

 Nirov Kiosk nr.04 / juli 2011

- Minister Schultz van Haegen: ‘Ruimte voor Nederland’
- Taken én geld voor de regio – Adviesraden over decentralisatie ruimtelijk beleid
- Stedelijke regio’s blijven slim samenwerken
- EU wil grotere Europese bijdrage voor bescherming biodiversiteit
- Sociale stijging niet langer vanzelfsprekend

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.04 / juli 2011

 Ruimtelijke kwaliteit en het bestemmingsplan

De werkgroep Op dezelfde leest van het Nirov heeft voor het eerste supplement van 2011 gekozen voor het onderwerp "Ruimtelijke kwaliteit en het bestemmingsplan". Aanleiding voor dit supplement zijn meerdere ontwikkelingen in wet- en regelgeving.

Allereerst betreft het de - voorlopige - uitkomsten van het programma Modernisering Monumentenzorg (MoMo) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van de vier pijlers van MoMo hebben er twee directe consequenties voor het bestemmingsplan. De eerste pijler is: cultuurhistorie wordt een belangrijk element in procedures aangaande ruimtelijke ordening. Om de borging van cultuurhistorie te garanderen, zal het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd worden.

Artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Bro komt te luiden: "[de plantoelichting bevat] een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden."

Deze wijziging leidt ertoe dat bij de totstandkoming van een bestemmingsplan ook de cultuurhistorische waarden betrokken moeten worden.

De tweede pijler van MoMo luidt: vermindering van de regeldruk, waarbij de gedachte is dat indien borging van cultuurhistorie "vooraan" in de ruimtelijke ordening plaatsvindt op grond van principiële keuzes, in een later stadium sectorale ingrepen in ruimtelijke processen overbodig zijn. Vanuit de wens tot deregulering heeft dit geleid tot het voorstel om aan Bijlage II bij het Besluit Omgevingsrecht (Bor) een artikel toe te voegen, dat het mogelijk maakt ook binnen beschermde stads- en dorpsgezichten omgevingsvergunningvrije bouwwerken te realiseren. 

Dit en meer wordt in het supplement behandelt.


 S+RO nr.3/2011
S+RO 3/2011: Brussel
Brussel is goed op weg naar een metropoolstatus. De stadstaat met ruim één miljoen inwoners is hoofdstad van Europa, België èn Vlaanderen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) omvat negentien gemeenten en telt zo’n 2,3 miljoen inwoners. Dankzij de vele Europese instellingen is het een welvarende stad, maar met een grauw randje en niet in staat het geld vast te houden. Ondanks de enorme stadsvlucht blijft de bevolking in aantal toenemen. Dit stelt het BHG voor een nieuwe opgave: herontwikkeling van oude gebouwen en terreinen, infrastructurele projecten èn een regionale visie. Dit thema geeft een alvast een voorproefje.

Verder twee bijdragen over krimp, een artikel over duurzaam samenleven in Zweden, meer over het nieuwe Nagele, de triomf van de grote stad en de ‘Castingallee’ in Berlijn.
 PPS Publiek Private Spelen

De studie ‘PPS: Publiek Private Spelen’ brengt de samenwerkingsmogelijkheden en investeringsbereidheid in kaart voor de ruimtelijke opgaven voor de Olympische Spelen 2028. De bevindingen zijn gebaseerd op interviews met bestuurders van publieke, private en maatschappelijke partijen die mogelijk een rol kunnen spelen bij de ruimtelijke opgaven van de Olympische Spelen in 2028. Het onderzoek werd uitgevoerd door Deloitte Real Estate Advisory en Nirov en begeleid door een commissie met afgevaardigden van organisaties uit de wereld van bouw, wonen, kennisontwikkeling en rijksoverheid.

De publicatie is gepresenteerd op 29 juni 2011 tijdens een Plaza Olympisch Plan van Olympisch Vuur.

U kunt het rapport hier downloaden

 Tijdschrift voor de Volkshuisvesting nr.3/2011

Ander leiderschap van corporaties
De aandacht gaat vaak uit naar de kwaliteit van intern toezicht, terwijl de kwaliteit van het bestuur veel doorslaggevender is voor de prestaties van corporaties, stellen Rik Koolma en Leo Gerrichhauzen in het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting.  ‘Het zou goed zijn om voor een andere interpretatie van het leiderschap van corporaties te pleiten: dienend, inspirerend, lerend en tegelijkertijd ook zakelijk en realistisch.’ Verder een inkijkje in de volkshuisvesting in Suriname en antwoord op de vraag:  hoe houden we de betaalbaarheid betaalbaar? Maarten Vos, Luiten Plekker en Marja Elsinga rekenen voor wat  een stelsel van meer marktconforme huren, waarbij de uiteindelijke huur afhankelijk van het inkomen wordt vastgesteld, betekent  voor de betaalbaarheid van de sociale huursector.

 Nirov Kiosk nr.03 / mei 2011

- ‘Duurzame gebiedsontwikkeling: doe de tienkamp’
- Crisis- en Herstelwet levert forse tijdwinst op
- Nieuw elan door kleine ingrepen met groot effect
- ‘Sleutels voor innovatie in recreatie en ruimte’
- Schaalvergroting kan impuls geven aan duurzaamheid

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.03 / mei 2011

 S+RO nr.2/2011

In dit nummer: EUROPA

Nederland loopt steeds minder warm voor de Europese Unie (EU). Ook andere lidstaten zijn niet erg enthousiast over een Europese ruimtelijke ordening. In dit thema van S+RO komen twee soorten Europese ruimtelijke ordening aan de orde: de directe (letterlijk grensoverschrijdende) en indirecte. Daadkracht en visie lijken vooral van private en regionale partijen afkomstig, terwijl de nationale overheden vooral langs geopolitieke lijnen hun economische belangen veiligstellen. Maar via de achterdeur van het sectorale beleid maakt Europa wel veel projecten mogelijk of onmogelijk. 

Lucas Verweij pleit voor traagheid, Joris van Casteren ging terug naar Almere en Anne Luijten spreekt met Erik Luiten over het einde van de scheiding tussen stad en land. Het levendige debat over de politieke hervorming van de ruimtelijke ordening (Willem Buunk in S+RO 1/2011) krijgt een vervolg met reacties van Luuk Boelens en Tom Maas. 

 Stedelijke regio's

De verkoopprijs bedraagt € 29,50 incl. 6% BTW
Het boek is te koop via Nai Uitgevers


Stedelijke regio’s werpt een helder licht op de effectiviteit en onmisbaarheid van regionale samenwerking. De regio als bestuurlijk vehikel mag dan effectief en efficiënt zijn voor de fijnproevers, voor anderen is het een hoop bestuurlijke drukte van twijfelachtig democratisch allooi. In de praktijk is de regio echter een onmisbare schakel tussen gemeenten die burgers, bedrijven, landschappen en infrastructuur delen. Informele planning en samenwerking tussen gemeenten hebben in die praktijk de plaats ingenomen van bestuurlijke structuren. Deze informele planning bepaalt meer dan ooit hoe grote vraagstukken worden opgelost: de overgang naar de kenniseconomie, het verkeersinfarct, het integratievraagstuk en niet te vergeten de schoonheid van ons landschap. De stedelijke regio’s in Nederland en de omliggende metropolen – Hamburg, Keulen, Brussel en Antwerpen nemen gezamenlijk de vierde plaats in op de wereldrangorde van economische prestaties.

Met voorbeelden uit Nederland, Duitsland en Vlaanderen en een uitgebreide analyse vormt Stedelijke regio’s een onmisbaar instrument voor planners, stedenbouwkundigen en iedereen die zich bezighoudt met de regionale schaal van de ruimtelijke ordening.

Bestel hier het boek Stedelijke regio's


 Tijdschrift voor de Volkshuisvesting nr.2/2011
Met welke regels voor staatssteun krijgen corporaties te maken. Dat leggen medewerkers van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw uit in het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting.

Verder betoogt Léon Muller dat een inkomenstoets de huizenmarkt juist nog meer op slot zet. En de belangrijkste sleutel tot succesvol risicomanagement ligt in het op regelmatige basis kwantificeren van risico’s zodat projecten vergelijkbaar worden, legt Walter Wind uit.

Uit onderzoek van onder meer Mérove Gijsberts blijkt dat niet-westerse migranten in zwarte wijken minder vaak omgaan met autochtone Nederlanders dan niet-westerse migranten in gemengde en witte wijken. Het effect van zwarte wijken werkt bij autochtone Nederlanders precies andersom.

 Nirov Kiosk nr.02 / maart 2011
- Gebeidsontwikkeling in een andere realiteit
- 'Miljarden vrij bij meer samenwerking'
- Onderzoek legt knelpunten in MKBA-proces bloot
- Breken met de Nederlandse planningstraditie
- Investeren in landschap vraagt om sterk bestuur

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.02 / maart 2011

 S+RO nr.1/2011

(deze editie is uitverkocht)

In dit nummer: Crisis en RO
'Terugschakelen naar tempo van bewoners en gebruikers vraagt om maatwerk.'

De stad is de afgelopen decennia in een te hoge versnelling gekomen. Mede door de economische crisis hapert en pruttelt de motor van stad en regio. Het is tijd om terug te schakelen naar het tempo van bewoners en gebruikers. Dat vraagt om maatwerk, met oplossingen gebaseerd op regiospecifieke identiteiten. Samen met bewoners, bedrijven en overheden kan de vakwereld opnieuw betekenis geven aan de stedenbouwkundige en planologische professie. Een nieuw bewustzijn is noodzakelijk.

Lucas Verweij is als nieuwe vaste columnist ‘onze man in Berlijn’. De enige Europese stad die geen crisis kent. Joost Kingma laat zien hoe je in tijden van crisis kunt bouwen met allure. En Jaap Modder bevraagt Coen Teulings (directeur CPB) over het hedendaagse ruimtelijkeordeningsbeleid. Dat zou meer oog mogen hebben voor schaalgrootte en locatievoordelen.

 Nirov Kiosk nr.01 / februari 2011

- Praktische handreiking versnelt ruimtelijke projecten
- Succesvol binnenstedelijk bouwen
- Start discussie fundamentele herziening van het omgevingsrecht
- Onduidelijk wat nieuwe weg presteert
- Overheden negeren verloederde industrieterreinen

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.01 / februari 2011

 Tijdschrift voor de Volkshuisvesting nr.1/2011

Studentenhuisvesting blijft een zorgenkindje, staat te lezen in het nieuwe nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Amsterdam, Leiden en Delft hebben nog altijd een ‘zeer gespannen’ woningmarkt voor studenten. Een Nationaal Akkoord, binnenkort in de Tweede Kamer, moet hier verandering in brengen. Op de H-woorden huurregulering en hypotheekrenteaftrek mag geen taboe rusten, stelt Rob Mulder van Vereniging Eigen Huis. Houd alles tegen het licht, vindt hij, om een visie op de woningmarkt voor de lange termijn te ontwikkelen. Sociale samenhang in de buurt leidt tot minder overlast, stelt Kirsten Visser in het Onderzoeksdossier van het tijdschrift.

 Prachtig Compact NL
Samen met het Atelier Rijksbouwmeester heeft het Nirov in 2010 een excursieprogramma opgezet onder de vlag Prachtig  Compact NL. In de periode juni tot en met december zijn zes bezoeken georganiseerd. De excursies gingen naar Oss, Twello, Utrecht Groningen, Den Haag en Nijmegen. Een beknopte middagexcursie met een projecttoelichting, projectbezichtiging en coreferent bleek een aantrekkelijke en effectieve formule.

Ruim 250 mensen namen aan die excursies deel, waarvan wij in deze publicatie verslag doen. 

Elke locatie bracht iets bijzonders met zich mee: in Oss een nieuwe verbinding tussen station en centrum, in Twello de dorpse setting, in Utrecht de havenligging, in Groningen het collectief particulier opdrachtgeverschap, in Den Haag duurzaamheid en in Nijmegen het open planproces.

Opvallend is de zorgvuldigheid waarmee op alle zes locaties de band met het verleden werd gekoesterd en ingebed. Het zijn zes voorbeeldprojecten van hoe je prachtig compacte en populaire wijken kan bouwen binnen bestaand bebouwd gebied. In deze publicatie leest u naast meer informatie over de verschillende bezochte gebieden ook het verhaal achter deze projecten en de lessen die we kunnen leren van deze ontwikkelingen.

 Nirov Kiosk nr.08



Ruim 80 publicaties voor u geselecteerd 

  • CPB: grondprijzen centraal stellen in lokaal overheidsbeleid
  • Demografische krimp niet bestrijden maar begeleiden
  • De stadsbodem ontdekt
  • Veel winkels verdwijnen uit het centrum
  • ‘Landschap is in Nederland vogelvrij’

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.08

 S+RO nr.6/2010

Het Ministerie VROM is voltooid verleden tijd, voor de redactie van S+RO aanleiding om in dit laatste nummer van 2010 met u de opgaven op het gebied van de (nationale) ruimtelijke ordening onder de kerstboom te overpeinzen. De inhoudsopgave, het redactioneel en de introductie op het nummer zijn hier te downloaden (alleen na inlog met gratis My Nirov-account).

 Tijdschrift voor de Volkshuisvesting nr.6/2010

De verklaring voor de vraaguitval op de koopmarkt moet voor een belangrijk deel worden gezocht in de ontwikkeling van de overwaarde, schrijft André Buys in het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting.

En voor wie nog hoop heeft op een snel herstel: de overspannen koopmarkt van een aantal jaren geleden, die we bijna als normaal waren gaan ervaren, zal niet snel meer terugkomen.

Heeft ‘wonen’ nog prioriteit van het nieuwe kabinet? “Er is enige vrees dat het wonen tussen de andere beleidsdossiers van het ministerie het ondergeschoven kindje zal worden,” erkent Mathieu van Rooij van Bouwend Nederland.

In het onderzoeksdossier van het tijdschrift aandacht voor de Multi-Attribuut Utiliteit methode, die nuances geeft aan voorkeuren in woonwensenonderzoek.

 Output 20: Meer met minder

Ruimtelijke kwaliteit wordt in beleidsafwegingen nog te veel in geld uitgedrukt, door middel van maatschappelijke kosten-baten-analyses (MKBA’s). Hierdoor kan het voorkomen dat een afweging qua maatschappelijke kosten en baten een positief resultaat te zien geeft, terwijl dit resultaat in de beleving negatief wordt ervaren. De MKBA in zijn huidige vorm kan daarom uitgebreid worden, of worden aangevuld met andere instrumenten die kunnen helpen om investeringen in ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur beter af te wegen. Dit staat in Output nr. 20 ‘Meer met minder: de kosten en baten van ruimtelijke investeringen gewikt.’ Het Nirov voerde in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een praktijkgericht onderzoek uit naar de toepassing van MKBA’s.

 Nirov Kiosk nr.07



Ruim 80 publicaties voor u geselecteerd.

- Kwaliteit leefomgeving onder druk door crisis; helder en slim beleid blijft nodig
- Waterbeheer in overgangsfase
- Tijdelijke functies in transformatiegebieden
- Handboek voor sterkere bedrijvigheid in wijken
- Duurzame energieambities verankeren in het gebiedsontwikkelingsproces, hoe doe je dat?

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.07

 S+RO nr.5/2010

Ondanks stelselmatige schaalvergroting, intensivering en modernisering van het boerenbedrijf is het gemiddelde inkomen van Europese boeren sterk achteruitgegaan. Ook in Nederland staat de toekomst van de land- en tuinbouw onder druk. Mogelijkheden voor alternatieven zijn beperkt. Een beloftevolle ontwikkeling ligt in de verbinding tussen de agrarische sector en steden. Zeker nu wereldwijd het besef groeit dat de energie- en voedselschaarste alleen samen aangepakt kunnen worden, en steden daarin een sleutelrol vervullen. Het thema van S+RO 5/2010 verkent die rollen.

Voormalig Vlaams bouwmeester Marcel Smets ziet gouden tijden voor de stedenbouw in Vlaanderen. Guus van de Hoef en Peter Paul Witsen buigen zich over de gebiedsontwikkeling na de crisis. Het planproces rondom de herontwikkeling van het gebied bij de Limburgse cementfabriek ENCI wordt uit de doeken gedaan door Victor Coenen en Geert Hendrickx, en Rudy Stroink brengt zijn ideale wereld onder woorden. Tijs van de Boomen neemt pauze met wat kunst en Wouter Vanstiphout voorziet de wederopbouwmentaliteit van Rotterdam van een kritische noot.

Klik hier voor de inhoudsopgave

 TvdV nr. 5/2010

Het nieuwe nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting bevat een pleidooi voor nieuw leiderschap. ‘Corporaties zullen meer met minder moeten doen. Dat vraagt om creativiteit, gestroomlijnde werkprocessen en bovenal leiders die dit kunnen aansturen,’ vindt Gerrit van Vegchel, redacteur van het tijdschrift.

Misschien wel een van de meest ondoorzichtige elementen van de hypotheekmarkt: de beloning van het financieel intermediair die voor de koper van een woning de hypothecaire lening regelt. De klant dacht dat hij een gratis en onafhankelijke dienst afnam maar kreeg feitelijk met een gevalletje ‘gedwongen winkelnering’ te maken. Nieuwe regelgeving zou daar per 1 januari 2010 definitief een eind aan moeten hebben gemaakt. Maar is dat ook zo?

We stoppen veel (fysische) energie in onze gebouwde omgeving. Laten we de energie die er al is ook benutten, vindt Séverine Louf (Alynia Consult). Het is tijd voor de herintroductie van de ’S-Factor’ in de bouw: spiritualiteit



 Nirov Kiosk nr.06


Ruim 70 publicaties voor u geselecteerd.

- De toekomst van de stad ligt in de regio
- Verdichten met Visie: Bouwen aan de Metropool
- Versterk steden om Nederland voor te bereiden op de toekomst
- Rotterdamse regio heeft nog steeds tekort aan bedrijfsruimten
- Biodiversiteit: is het tij te keren?

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.06

 Output 19: Krimp, een nieuwe ruimtelijke opgave - Lessen uit Duitsland
(deze editie is uitverkocht)

De Output 'Krimp, een nieuwe ruimtelijke opgave' doet verslag van een onderzoek naar demografische krimp in Duitsland. De focus ligt op de sociaal maatschappelijke gevolgen van krimp en de consequenties voor de woningmarkt.
Jooske Baris, projectleider Wonen, heeft voor het Nirov enkele maanden in Duitsland praktijk- en literatuuronderzoek verricht naar het fenomeen krimp. Aan de hand van twee casestudies in Selb en Essen is de krimpaanpak in kaart gebracht.

In Duitsland is onder meer succes geboekt met het betrekken van bewoners: impulsprojecten en initiatieven waarbij bewoners bepaalde voorzieningen overnemen (zoals het plaatselijk zwembad) hadden bovendien tot gevolg dat imago van de krimpaanpak verbeterde.

Een belangrijke constatering is dat krimpen geld kost, en dat de krimpproblematiek het beste op regionaal niveau kan worden aangepakt. Bij onze Oosterburen zijn dan ook ruime budgetten vrijgemaakt, en is de regio een formele bestuurslaag.

 TvdV 4/2010

Tijdens de komende regeringsperiode moet je vanwege de broosheid van de huizenmarkt de koopmarkt met rust laten en de verhoging voor huurwoningen vaststellen op het inflatiepercentage plus 2%. Dat is het advies van Hugo Priemus en Peter Boelhouwer aan de politiek in het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. ‘2011-2015 moet je vooral benutten om een meerjarige hervorming van het totale woningmarktbeleid voor te bereiden en zowel economisch als juridisch uit te werken.’ Verder in het tijdschrift aandacht voor de kersverse antikraakwet: ‘Wij zijn bang dat door deze wet leegstand toeneemt en daarmee tevens het vandalisme rond die panden,” zegt een betrokkene. Sloopurgenten verhuizen naar amper betere buurten, zo blijkt uit het onderzoeksdossier.

 S+RO 4/2010

S+RO 4/2010: Economie & Ruimte
Economische groei is van oudsher de financiële motor achter veel ruimtelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan ongestuurde en ongebreidelde economische groei desastreus zijn voor de ruimtelijke inrichting van een land. Economisch beleid is in Nederland vooral economisch structuurbeleid gericht op specifieke sectoren. EZ heeft mede daardoor geen oog voor de bijdrage die een goede samenhang tussen verstedelijking en infrastructuur levert aan onze welvaart. De relatie tussen verstedelijking en infrastructuur zou echter nadrukkelijk onderwerp moeten zijn van generiek economisch ontwikkelingsbeleid. Dit themanummer onderzoekt de mogelijkheden.

In de ‘S van Stedenbouw’ een interview met Wytze Patijn, decaan aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. ‘Stedenbouw komt terug,’ is zijn boodschap. Foto’s van Jabik de Vries laten zien hoe IJburg in het landschap van de nacht tot stand is gekomen. En jonge gebiedsontwikkelaars wisselen in een rondetafelgesprek hun toekomstidealen uit. Tijs van den Boomen wandelt met Pegman door Veenendaal en Wouter Vanstiphout maakt kennis met de betrokkenheid van Iranese studenten.

Klik hier voor de inhoudsopgave.

 

 Nirov Kiosk nr.05 / juni 2010


Ruim 70 publicaties voor u geselecteerd.

- Leefomgeving volwaardige rol bij ontwerp en toetsen van infrastructurele projecten
- ‘Planologische besluitvorming sneller onder nieuwe WRO’
- De Duurzame Stad 2040
- OESO: Nederland moet flink hervormen
- Sportpleintje cruciaal voor sociale cohesie in stadswijk

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr.05 / juni 2010

 Nova Terra; Compacte Stad

Nova Terra juni 2010; Compacte Stad
Binnenstedelijk bouwen zit in onze genen, zegt Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol in een speciale editie van Nova Terra rond het thema Compacte Stad. Er bestaat niet één stad, vindt Henk Ovink, directeur Nationale Ruimtelijke Ordening (VROM). “De verschillen in steden met de verschillende opgaven vragen een specifieke aanpak. Toch staat één opgave daarbij centraal en dat is het hermaken van de bestaande stad.” Aandacht daarom ook voor onderzoek naar bundeling binnen de Nationale stedelijke netwerken van NEXT architects, voor de meetmethodes van Rudy Uytenhaak en voor een pleidooi van Michiel van Pelt voor een nieuw grondbeleid. “Dat is ook hard nodig om alle openstaande vragen van de Tweede Kamer over grondbeleid te kunnen beantwoorden.”

 S+RO 3/2010

S+RO 3/2010: WeCity
Zelf bepalen hoe onze woon- en leefomgeving er uit ziet, daar gaat het thema We-City over. Een verkenning van de mogelijkheden om vorm te geven aan zelforganisatie in planning en stedenbouw. Deze organische, bottom-up of informele stedenbouw behelst ontwikkelingen op kleine schaal, diversiteit, bouwen naar behoefte, activisme en maatschappelijke betrokkenheid.

In de S van Stedenbouw ziet Maurits de Hoog nieuwe perspectieven voor de stedenbouw, door uit te gaan van het beheer van de openbare ruimte, en stelt rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol dat stedenbouw alleen nog maar van onderop kan komen.

Wil Zonneveld en Verena Balz nemen het Atelier Zuidvleugel onder de loep en Noud Köper doet een voorzet voor de contouren van de ZERO (Zesde Nota Ruimtelijke Ordening). Tijs van de Boomen begeeft zich in de augmented reality en Wouter Vanstiphout legt uit waarom stedenbouw politiek is.
Klik hier voor de inhoudsopgave.

 

 TVV 3-2010

De woningmarkt mag dan muurvast zitten, CPB en CSED hebben onderzocht wat veranderd zou moeten worden. Maar wat vinden deskundigen eigenlijk van hun bevindingen? In het nieuwe Tijdschrift voor de Volkshuisvesting schrijft Jan van der Schaar: “Het geboden eindperspectief lijkt mij niet de basis te geven voor de zo noodzakelijke politiek en maatschappelijk gedragen lange termijn committering,” Dit als reactie op het CSED-rapport. Over het CPB-onderzoek is Hugo Priemus is helder in zijn stellingname: “Het CPB heeft van vele economische onderwerpen verstand. Maar op het terrein van de gewenste governance van woningcorporaties heeft het CPB zichzelf overtuigend gediskwalificeerd.” Verder schrijft Jan Wachtmeest in het tijdschrift dat corporaties zich de afgelopen jaren groot en ‘belangrijk’ hebben gemaakt. Maar het kan, net als vroeger, simpeler en goedkoper als de taak van de corporatie minder uitgebreid, doelgerichter en overzichtelijker wordt.

 Nirov Kiosk nr. 4

Klik hier voor de Nirov Kiosk nr. 4

 Nirov Kiosk nr. 3
Klik hier voor de Kiosk nr. 3
 S+RO 2/2010

S+RO 2/2010: Megasteden en nieuw vakmanschap
Onze wereld groeit de komende decennia met 2,3 miljard naar 9,15 miljard mensen in 2050. Een duizelingwekkende verstedelijking met enorme geopolitieke en ecologische gevolgen. Waar planning van de ruimte in Nederland op zijn retour is, is het elders in de wereld alleen maar méér nodig. Zo bewijst het thema Megasteden. In de S van Stedenbouw vertellen Riek Bakker en Rients Dijkstra hoe zij werken aan integrale stedenbouw. Pieter van Wesemael pleit voor nieuw vakmanschap, met een sleutelrol voor onderzoek, kennis en reflectie. Hoe kansloos kantoren zijn laat Tijs van den Boomen zien en Wouter Vanstiphout vraagt zich af of er een andere politiek van ontwerpen nodig is voor leefbare wijken. Klik hier voor de inhoudsopgave.

 

 TVV 2-2010

Landelijke verkiezingen, het H-woord, de Europese beschikking, ze komen alle aan bod in het nieuwe nummer met het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Daarnaast is er aandacht voor een methode waarbij je nog beter de wensen van de woonconsument in beeld kunt krijgen. Columnist Pascale Bartels (Tiwos) stelt voor de woonlasten te laten bepalen door draagkracht. Uit de knelpuntenmonitor woningproductie blijkt de veelheid aan regelgeving en (beroeps)procedures als een van de belangrijkste knelpunten wordt ervaren door gemeenten en marktpartijen – of de economie nu goed draait of niet.

Klik hier voor de inhoudsopgave.

 S+RO 1/2010

S+RO 1/2010: Trends en veel nieuws!
In het eerste nummer van 2010 staan trends in de ruimtelijke ordening centraal, veranderingen op alle schaalniveaus en in alle sectoren. Ook krijgt de stedenbouw krijgt een meer prominente plek. In een speciaal katern komen ontwerpers zelf aan het woord. Dit keer zijn dat: Ton Schaap, Gert Urhahn, Walter de Vries en Frank van den Beuken. Twee vaste columnisten, Wouter Vanstiphout en Tijs van den Boomen, delen hun dagelijkse ervaringen en observaties. Naast goede fotografie is er meer oog voor kaarten, plannen, ontwerpen, tekeningen en infographics. Klik hier voor de inhoudsopgave.

S+RO 1/2010 is helaas uitverkocht.

Attenderingsservice inhoudsopgave S+RO
Via de mail op de hoogte blijven van de inhoud van S+RO? Een week voor verschijning van het tijdschrift ontvangt u de inhoudsopgave van het nieuwe nummer.

 Output 18: Crisis en de kracht van ruimtelijk beleid - Over de overmaat aan plancapaciteit

Er is veel discussie over hoeveel we komende jaren moeten bouwen en wat we moeten bouwen. Hebben we wel de goede programma’s op de goede locaties? De crisis op de vastgoedmarkt speelt daarin zeker in mee. De discussie overstijgt de crisis als we ons realiseren dat de woningmarkt al voor oktober 2008 afnemende verkoopaantallen en stabiliserende prijzen liet zien; als we bedenken dat in de kantorenmarkt en in de markt voor bedrijventerreinen sinds vele jaren een overaanbod bestaat.

Voor het Nirov was dit alles aanleiding om de planologische capaciteit in kaart te brengen en te confronteren met de te verwachten behoeften. Hoewel sprake is van een regionaal gedifferentieerd beeld, is voor geheel Nederland en voor een aantal regio’s sprake van fors meer planologische capaciteit dan volgens de behoefteprognoses nodig is. Wij hebben tijdens ons Nieuwjaarsdebat stelling genomen, want overmaat schaadt en de markt is er niet bij gebaat.

De resultaten van deze analyse zijn tijdens het Nieuwjaarsdebat op 28 januari 2010 gepresenteerd. Daarbij hebben wij de relatie gelegd met het ruimtelijk beleid, dat immers een belangrijke basis geeft aan de programmering van locaties, aantallen en meters. Onze analyse is aangevuld met de bijdragen van Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) en Henk Ovink, directeur Nationaal Ruimtelijk Beleid van het ministerie van VROM. Het Nieuwjaarsdebat leverde boeiende discussies op.  In deze Output hebben zijn de inleidingen en de discussie weergeven.

Het Nirov dankt het ministerie van VROM dat de publicatie van deze Output mogelijk heeft gemaakt.

 Nirov Kiosk nr. 2
Klik hier voor de Nirov Kiosk nr. 2
 Nirov Kiosk

Bekijk hier het eerste kennismakingsnummer van de Nirov Kiosk (januari/februari)

Klik hier voor Kiosk nr. 2 (maart/april)

 Output 17: Praktijkonderzoek naar de politieke legitimiteit van regionale samenwerking

Gemeentelijk ruimtelijk beleid valt onder direct toezicht van een democratisch gekozen gemeenteraad. Op provinciaal niveau vervullen de Provinciale Staten die rol. Regionale samenwerkingsverbanden gaan echter over gemeente- en provinciegrenzen heen: gemeentelijk en provinciaal bestuurders vormen hierin wisselende coalities met diverse private partijen of met andere partijen uit het middenbestuur. De vraagt dringt zich op hoe het met de politieke legitimatie hiervan is gesteld. Gemeenteraden en provinciale staten kunnen immers geen direct toezicht uitoefenen op de samenwerkingsverbanden.

Het Nirov bestudeerde van vier grote ruimtelijke projecten die op regionale schaal spelen, of en hoe regionale coalities erin slagen om de politieke legitimiteit van hun beleid te verkrijgen c.q. te borgen. De vier casusprojecten waren: 1) het programma VERDER, over de mobiliteit en bereikbaarheid van de regio Utrecht, 2) het convenant regionale samenwerking stedelijk gebied Eindhoven, 3) de samenwerking in Zwolle-Kampen Netwerkstad en 4) het programma Regiopark in de Regio Groningen-Assen. Conclusie: borging van de politieke legitimiteit is nogal eens lastig. Coalities hebben vooral moeite om raden en staten bij het beleids- en besluitvormingsproces te betrekken

 TVV 1-2010

Tijdschrift voor de Volkshuisvesting in een nieuw jasje!

Een grotere diversiteit aan artikelen en een eigentijdse vormgeving. Dat zijn de belangrijkste veranderingen aan het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting, dat nu verschijnt. De grotere diversiteit aan artikelen zit onder meer in de column met als thema ‘volkshuisvesting anno 2010’ van steeds wisselende columnisten en de reportage of interview over een actuele kwestie op het gebied van bouwen en wonen. Daarnaast brengt de fotorubriek Hoe woont Nederland in beeld hoe verschillend dat wonen kan zijn. Gebleven zijn de degelijke artikelen waar het tijdschrift z’n naam en faam aan ontleent. Daarnaast springt de andere vormgeving van het tijdschrift in het oog: strakker, meer aandacht voor beeld en vooral toegankelijker. Want uitgever Nirov wil met het vernieuwde tijdschrift ook meer lezers bereiken en nieuwe abonnees aantrekken. Gerichte acties zullen de verschillende doelgroepen hierop attenderen.

Inhoudsopgave:

05  Voorwoord (te downloaden)
      Redactioneel 
      Marja Elsinga

06  Reportage (te downloaden)
      Hoe verkoop je een huis?
      Eric Harms

11  Column
      Vechten, verliezen of innoveren?
      Jaap de Gruijter                         

 20  Achtergrond
       Anders omgaan met krimp
       Co Poulus en Anne-Jo Visser

 26  De mening van 
       Mijn buurjongen…
       Fulco Treffers               

42  Fotorubriek 
      Hoe woont Nederland?
      De Mammoet

53  Onderzoeksdosssier
      Verdichting heeft een grens
      Van Dam, De Groot & Crommentuijn


 

 Output 16: Excursies Duurzaam Binnenstedelijk Bouwen

Gezond, leefbaar en veilig

Het Nirov organiseerde in 2009 in opdracht van VROM (Leefomgevingskwaliteit) een excursiereeks met als thema duurzaam binnenstedelijk bouwen: een hoogst actueel thema. De excursiereeks moest duurzaam binnenstedelijk bouwen hoger op de beleidsagenderen plaatsen, en de uitwisseling van kennis en ervaring stimuleren.
De excursies gingen langs inspirerende, milieubewust ontworpen voorbeeldprojecten waar de deelnemers van de betrokken ontwerpers, ontwikkelaars, bestuurders of ambtenaren zelf te horen kregen waar zij mee hebben geworsteld, hoe zij hun successen behaalden of waar zij soms juist faalden.
Kennisontwikkeling en –overdracht en het organiseren van de ervaringsuitwisseling aan de hand van voorbeeldprojecten is een van de opdrachten voor de komende jaren. Graag gaat het Nirov met de vakwereld aan de slag voor een aantrekkelijk stedelijk milieu waar het gezond leefbaar en veilig wonen is voor iedereen!

In deze Output vindt u de verslagen van de excursies. Per excursie wordt stilgestaan bij de knelpunten en/of succesfactoren van de voorbeeldprojecten. De Output sluit af met een aantal algemene conclusies en lessen over duurzaam binnenstedelijk bouwen, die uit de voorbeeldprojecten kunnen worden getrokken.

 Output 15: Bodemvenster

(deze editie is uitverkocht)

Gebruik van bodeminformatie in ruimtelijke afweging levert winst op

Samen met de bureaus BIELLS, DINO, KICH, Alterra en LIB is het Nirov in 2008 begonnen met het project Bodemvenster. Centraal in dit project stond de vraag hoe diverse soorten GEO-informatie en RO-informatie in één (pilot-)applicatie aan elkaar konden worden gekoppeld. Dit koppelen bleek succesvol. Maar kunnen de eindgebruikers van deze informatie er ook mee uit de voeten? Voldoet het aan hun behoeften? Bij bodem- en RO-professionals is in elk geval het besef aanwezig dat het meenemen van bodeminformatie in ruimtelijke afwegingen letterlijk winst kan opleveren. Vanuit dat besef is er nog wel het een en ander te doen om tot een bruikbaar en toegankelijk instrument te komen dat zijn waarde kan bewijzen.

In deze Output leest u er alles over.

U kunt deze output HIER downloaden

 

 S&RO 6-2009
De stedelijke regio hoort steeds duidelijker bij de stedenbouwkundige ontwerppraktijk. Door de opkomst van de netwerkstad en schaalvergroting van ruimtelijke processen is een interessante en veelvormige praktijk van regionaal ontwerp geëvolueerd. Opvallend is dat de evolutie van het regionaal ontwerp plaatsvond in een bestuurlijk vacuüm. Toch is het ook juist diezelfde (bestuurlijke) onbepaaldheid die ervoor heeft gezorgd dat het onorthodoxe instrument van het regionaal ontwerp is uitgegroeid tot een proeftuin voor ontwerpend onderzoek en innovatieve conceptontwikkeling.
 TVV 6-2009
Een herhaling van de crisis op de woningmarkt zoals begin jaren tachtig, kan zo weer gebeuren. Dat stelt onderzoeker Maartje Martens in het artikel getiteld ‘De implosie van een woningmarkt’ in het laatste nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Haarfijn zet ze uiteen wat er momenteel gaande is op de woningmarkt. ‘Wanneer het vertrouwen in de woningmarkt is hersteld en hypotheekfinanciering weer ruim beschikbaar is, zullen we met relatief gemak uit deze door de kredietcrisis veroorzaakte dip geraken. Tenminste, dat denken we.’ Ook interessant: loting wordt steeds vaker gebruikt voor het verdelen van sociale huurwoningen. Wat blijkt: bij loting hebben meer woningzoekenden kans op een woning. 
 S&RO 5/2009: Zachte stad

Naast de 'harde stad' van architecten en stedenbouwkundigen, de stad zoals deze wordt bedacht, ontworpen, gebouwd, gereguleerd en beheerd, is er een 'zachte stad' van gebruik en betekenis. Het idee van de zachte stad is gebaseerd op de gedachte dat architectuur niet ophoudt bij de oplevering van een gebouw, straat of plein. Eenmaal opgeleverd is het aan de gebruikers om de geplande ruimte te transformeren tot cultureel domein, er bezit van te nemen en persoonlijke en sociale betekenissen aan toe te kennen.

 TVV 5, 2009
De gevolgen van de kredietcrisis zullen nog jaren voortduren, zo schrijft Hugo Priemus in het nieuwste Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Op basis van bevindingen van Amerikaanse onderzoekers en het IMF concludeert Priemus dat de kans ‘levensgroot’ is dat ook in Nederland bijvoorbeeld de neergang op de vastgoedmarkt hevig zal zijn en jaren zal duren. Daarnaast in dit nummer onder meer aandacht voor het belang van internet voor corporaties, de Bijmermonitor voor stedelijke vernieuwing en voor de nieuwste voorstellen van minister Van der Laan. Volgens  Leks Verzijlbergh blijft de sector met deze voorstellen hangen tussen het private en publieke domein.
 TVV2, 2009
Eigenwoningbezit is in de eerste plaats een middel om een dak boven je hoofd te hebben en niet een bron van financiële zekerheid als alternatief voor overheidsuitgaven aan sociale zekerheid. Dat is een van de lessen van de financiële crisis in Azië tien jaar geleden, die nu ook voor Nederland opgaat. Het lijkt er steeds meer op dat degenen die zich aan de marge van de woningmarkt bevinden er verstandiger aan doen te huren dan zo snel mogelijk de markt op te gaan. Net als in Azië is het tijdperk van geloof in vastgoed als een object dat alleen maar in waarde stijgt, met als gevolg een snelle toename van het eigen woningbezit, ten einde. Zulke tijdperken zijn er al eerder geweest en in de jaren tachtig is in Nederland wel gebleken dat huizenkopers en beleidsmakers kort van memorie zijn.
 Praktijkboek Gebiedsontwikkeling II

In vervolg op het succesvolle praktijkboek uit 2006, verschijnt een nieuwe versie met nog meer verdieping en verbreding mbt leerervaringen uit vele gebiedsontwikkelingsprojecten. Deze publicatie is een gezamenlijke uitgave van Nirov en Habiforum.

Het tweede praktijkboek gebiedsontwikkeling is het resultaat van zes jaar ervaringen met praktijken, variërend van Roombeek tot Groot Mijdrecht Noord. Na een voorwoord door Alexander Rinnooy Kan volgt onder meer een verrassend actuele schets van onze ruimtelijke wording vanaf 1820. Gebiedsontwikkeling blijkt eerder een herontdekking van iets oer-Nederlands dan een nieuwe hype. Na een vlijmscherpe beschrijving van het reilen en zeilen in veertig praktijken, volgt een analyse, eveneens op het scherpst van de snede. Wel of geen vertrouwen, nemen of ontlopen van verantwoordelijkheden, handelen door overheden en marktpartijen en perversiteiten komen onomwonden aan de orde.  


 

 TVV 4, 2009

Kun je de woningmarkt in beweging krijgen in een tijd als deze? Ja, staat te lezen in het nieuwe nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Door middel van een interventiefonds waarmee je de bouwproductie garandeert. Geef een ontwikkelaar een afnamegarantie, zodat zijn afzetrisico nihil is en hij zijn projectfinanciering kan regelen. Een andere mogelijkheid is het verhogen van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG), zoals inmiddels is gebeurd. Maar waarom werkt dat? “Het neemt in de huidige woningmarkt de onzekerheid en angst bij woningkopers en banken weg en grijpt zo direct in op de oorzaak van de wegvallende vraag naar woningen.” Verder in het tijdschrift: waarom ouderen tevredener over hun buurt zijn dan jongeren en waarom migranten het liefst in een gemengde wijk wonen.

 S&RO 4/2009: Park
(deze editie is uitverkocht)

In de moderne stedenbouw wordt groen vaak gezien als tegenhanger van gebouwde omgeving. De traditie uit de negentiende- en begin twintigste eeuw, waarbij het stadspark de stedeling moest wegvoeren uit de druk van het dagelijks leven, lijkt de afgelopen decennia in het slop te zijn geraakt. Hedendaagse parken zijn volop in beweging en drukken vooral stedelijke identiteit uit. Die heropleving van het stadspark gaat uit van kwaliteit, heeft aandacht voor maatschappelijke vraagstukken en een diverse groep gebruikers. Een nieuwe visie op het stadsgroen is daarom noodzakelijk.
 Nova Terra Speciale Editie juli 2009
Wat is er nodig om 10.500 atleten, 5.500 begeleiders, 3.000 officials, 35.000 vertegenwoordigers van de media, 45.000 vrijwilligers en vooral 4 tot 6 miljoen toeschouwers op te vangen en te begeleiden? Kortom, wat moet Nederland in huis hebben wil het de Olympische Spelen in 2028 kunnen huisvesten en welke ruimtelijke implicaties heeft dit? In een speciaal themanummer van Nova Terra wordt belicht hoe de Spelen uitgegroeid zijn tot een mega evenement, welke lessen er te leren zijn van Londen en vooral: waar moeten de Spelen plaatsvinden? In de Randstad? In het rivierengebied? Of toch in Amsterdam, precies honderd jaar na de Spelen van 1928. “Als we in staat zijn Nederland op Olympisch Niveau te brengen dan zet ons land een grote stap voorwaarts en zijn we in staat ons als Europees topland te profileren,” zegt Erica Terpstra in het voorwoord.
 S&RO 3, 2009
S&RO 3/2009 onderzoekt de nieuwe relatie tussen infrastructuur en ruimtelijke ordening. De bereikbaarheid van stedelijke regio’s wordt steeds meer bepaald door ketens van modaliteiten (auto, trein, tram, bus, fiets). Werd parkeren bij stations tien jaar geleden mondjesmaat gefaciliteerd, inmiddels is de koppeling van het autosysteem op het openbaarvervoersysteem mainstream-gedachtegoed. Onder welke condities is een meer integrale benadering van mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling mogelijk? En wat zijn de effecten voor de planningsaanpak?
 TVV3, 2009
"Een van de kernproblemen van de woningmarkt is toch de hypotheekfinanciering," zegt Johan Conijn, bijzonder hoogleraar Woningmarkt. "Je hoort van makelaars in toenemende mate dat die stagneert. Terwijl hypotheken wel de brandstof zijn van de woningmarkt. Naarmate de banken in het verstrekken daarvan steeds terughoudender worden, komen er steeds minder transacties tot stand. En uiteindelijk gaat de markt daar kapot aan."

Maar ook aandacht voor Koopgarant - wat schiet je op met de keuze tussen kopen en huren - en de betrouwbaarheid van woonbehoefteonderzoek: doen mensen echt niet wat ze zeggen?

 S&RO 2, 2009
S&RO 2/2009 beschrijft de verschillende facetten van de zee en de kust. De zee is steeds minder terra incognita, bron van angst en dreiging, maar krijgt een eigen intrinsieke waarde toegekend. We willen de zee niet langer buiten houden, afschermen en bedijken. Inmiddels zien we de zee en de kust als kraamkamer van leven en bron van inkomsten. De zee is een generator voor onze gezondheid: als bron van vertier en vermaak, en – diametraal daartegenover – voor rust en retraite.
 S&RO 1, 2009
S&RO 1/2009 staat in het teken van verandering. Met een knipoog naar Obama’s ‘a change is gonna come’ worden zes aansprekende transformatiegebieden, verspreid over Nederland, besproken. Geen staalkaart, maar wel representatief voor dé uitdaging van deze tijd: de herovering van de Nederlandse stad. Er zijn in Nederland veel aansprekende voorbeelden van transformatie. Gebieden met complexe problemen, maar ook prachtige ambities, aansprekende innovaties en ingewikkelde grondexploitaties. Gebieden die met veel kosten, zweet en tranen worden teruggegeven aan de stad.
 TVV 1, 2009
Dat in een gezamenlijk document expliciet wordt verwoord dat de corporaties (ook) het publiek belang dienen en dat derhalve voldoende grond voor een publiekrechtelijk gefundeerd toezicht bestaat, dat is winst van het rapport van de Stuurgroep Meijerink. Het instituut corporatie komt echter niet ten principale aan de orde, aldus Jan van der Schaar in zijn analyse. Het debat over de kritiek dat corporaties te zeer in de luwte werken en te veel op autonomie zijn gericht, wordt met ‘Meijerink’ niet beëindigd.
 Output 14
In de zomer van 2008 heeft het Nirov-programma Water drie bijeenkomsten georganiseerd in het kader van het opstellen van het Nationaal Waterplan. Ruim honderd planologen, stedenbouwkundigen, (landschaps)ontwerpers en waterbeheerders zijn met elkaar in gesprek gegaan over de ruimtelijke doorvertaling van het waterbeleid. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn weergegeven in deze Output. In aparte interviews is bovendien de visie van enkele deelnemers aan het debat 'Water 2040 en Later?' opgenomen.
 Output 13 (uitverkocht)
Met de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn de stadsregio’s de belangrijkste juridische bevoegdheden om de ruimtelijke ontwikkeling te sturen, kwijtgeraakt. Toch zijn er nog verschillende manieren waarop stadsregio's een belangrijke rol kunnen blijven spelen bij het gezamenlijk aanpakken van regionale problemen. In deze Output geeft het Nirov een overzicht van de overgebleven instrumenten en rollen die stadsregio's hierbij kunnen gebruiken. Het gaat dan om instrumenten als een intergemeentelijke structuurvisie, een convenant of een regionaal projectbureau. De stadsregio kan zich daarnaast bijvoorbeeld de rol van mediator aanmeten.

DEZE PUBLICATIE IS UITVERKOCHT. WEL KUNT U LANGS DEZE WEG DE PUBLICATIE ALS PDF BESTAND DOWNLOADEN.
 Output 12
In deze Output vindt u het verslag van zes excursies naar wijken waar gewerkt wordt aan fysieke, sociale en economische ontwikkeling. De zes wijken zijn: Korte Akkeren (Gouda), Dichtersbuurt (Oss), Heuvel (Breda), Goese Polder (Goes) Overvecht (Utrecht), en Woensel-West (Eindhoven). Ruim 250 professionals namen deel aan de excursies en hebben met eigen ogen kunnen zien hoe hard er gewerkt wordt aan de stedelijke vernieuwing in Nederland. Zij hebben inspiratie opgedaan in andere wijken, en ideeën waar ze in hun eigen praktijk mee verder kunnen. Zij spraken andere deelnemende professionals, inleiders ter plaatse, ervaringsdeskundigen, maar ook veel bewoners.
 TVV 6, 2008
(deze editie is helaas uitverkocht)

Het verheffen en verbinden van mensen zijn twee kernfuncties van de verzorgingsstaat en zijn samen te vatten als ‘empowerment’. Maar hoe kun je mensen ‘wapenen’ en activeren vanuit het huisvestingsbeleid? Wat de rollen zijn van de buurt, de wijk en de stad, en hoe kan de rijksoverheid daarbij faciliteren? Vier auteurs geven hun visie hierover in nummer 6 van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. “Het altijd gaat om de juiste balans tussen paternalisme en zelfsturing. Empowerment vraagt subtiliteit,” zegt Radboud Engbersen. Iedere wijk/buurt moet een positief fysiek herkenningspunt hebben dat kan bijdragen aan de cohesie in een buurt, is de stelling van Cock Hazeu. Volgens Arjen Zandstra hebben we in Nederland een woonbeleid dat zich meer richt op het organiseren van solidariteit tussen groepen dan op het bevorderen van de keuzemogelijkheden van individuen. “Corporaties zijn dan wel niet verantwoordelijk voor de wijken, ze kunnen wel zelfstandig besluiten dat zij proberen partijen bij elkaar te brengen om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken,” aldus Lenny Vulperhorst.
 S&RO 6, 2008
(deze editie is helaas uitverkocht)

We zijn dit jaar een drempel overgegaan in de wereldgeschiedenis: voor het eerst leeft de helft van de mensheid in stedelijke agglomeraties. In de urban age blijven steden groeien. Ondertussen neemt op het wereldtoneel van de global cities de polarisatie toe. In reactie daarop worden nieuwe, metropolitane strategieën ontwikkeld: langetermijnplannen om groei te faciliteren en problemen als congestie en sociale en etnische polarisatie te adresseren. Hoe zien de leefbare, aantrekkelijke, goed functionerende, duurzame metropolen van de eenentwintigste eeuw er uit en op welke manier kan ruimtelijke planning bijdragen aan het realiseren van deze ideaalbeelden? S&RO 6/2008 geeft antwoord.
 S&RO 5, 2008
Stations zijn integraal onderdeel van de stad. Vernieuwing van station en stationsomgeving wordt vanuit een breder omgevingsperspectief aangepakt. Daarmee is het station niet langer alleen een halte voor openbaar vervoer, maar verworden tot generator van stedelijkheid. Het station wordt steeds meer gezien als ‘reizigersmachine’ en kristallisatiepunt van economische activiteiten. In het thema van S&RO 5/2008 wordt vanuit verschillende invalshoeken (architectuur, stedenbouw, procesmanagement, publiek-private samenwerking, beleving van tijd en ruimte) gereflecteerd op de herontwikkeling van stationslocaties. Daarmee wordt niet enkel een stand van zaken opgemaakt, maar ook dieper ingegaan op het slagen en/of falen van de ambitieuze ruimtelijke doelstellingen voor deze locaties.
 TVV 5, 2008
(deze editie is helaas uitverkocht)

Wijkidentiteit en branding worden steeds vaker ingezet als instrumenten bij de herstructurering of herontwikkeling van wijken. Branding wordt gebruikt om de identiteit van een wijk neer te zetten, nieuwe bewoners en investeerders aan te trekken en een gevoel van trots en saamhorigheid bij bewoners teweeg te brengen. Uit onderzoek in het Witte de Withkwartier in Rotterdam blijkt echter dat bewoners merkbeleving heel anders kunnen beleven dan deze bedoeld is. De opzet was een nieuwe identiteit tot stand te brengen door ‘kunst en cultuur’ centraal te stellen in de wijk. Door het aantrekken van geschikte ondernemers en bescheiden brandingactiviteiten is geprobeerd deze nieuwe identiteit te creëren. Voor een deel is dit ook gelukt. De wijk wordt geassocieerd met kunst en cultuur. De belangrijkste associatie voor bewoners en ondernemers is echter ‘gezelligheid’. Ook wordt de wijk geassocieerd met horeca. En dat is niet zo gek met het grote aantal horecagelegenheden in het Witte de Withkwartier.
 TVV 4, 2008
(deze editie is helaas uitverkocht)

Er zijn aanzienlijke etnische verschillen in eigenwoningbezit. Ook uit de jongste gegevens blijkt dit weer. Vooral Marokkanen zijn maar zelden huiseigenaar. De etnische verschillen blijven overeind na correctie voor inkomen, opleidingsniveau, huishoudenssamenstelling en leeftijd en worden niet alleen gevonden voor de feitelijke, maar ook voor de gewenste eigendomssituatie.
Wat cijfers: het eigenwoningbezit is vooral onder Surinamers en Turken de afgelopen jaren snel gegroeid: onder Surinamers van 15 naar 27 procent tussen 1994 en 2002, onder Turken van 7 naar 20 procent, onder Marokkanen van 4 naar 8 procent, onder autochtonen van 48 naar 56 procent. Bij Turken en Marokkanen is er ook in gewenste eigendomssituatie een aanzienlijk verschil met autochtonen. Gezien de omvang van dit verschil, en ook die van het verschil tussen Turken en Marokkanen onderling, is het zeer onwaarschijnlijk dat dit volledig wordt veroorzaakt door het anticiperen op discriminatie. Er moeten dus haast wel etnische verschillen in woonvoorkeuren zijn.
 S&RO 4, 2008
Niet iedereen snapt waarom planologen, stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten vakmatig verwonderd, en bij vlagen verbijsterd, na vakantie terug naar huis keren. De schoonheid van het Toscaanse landschap kan ook de niet-vakgenoot nog wel zien, maar waarom omgereden voor die volautomatische tram in Lille? Moest de magnetische schoonheid van het Guggenheimmuseum in de binnenstad van Bilbao nu echt van alle kanten op de foto? Waarom ergerde u zich zo aan de ruimteverkwisting bij de grootschalige detailhandel in het buitengebied? Uw gezin vond die hypercoop met zestig kassa’s toch superhandig? De wisselwerking tussen ruimte en vakantie staat centraal in het thema van S&RO 4/2008. Uiteenlopende bijdragen dienen als referentiekader voor uw eigen beroepsgedeformeerde vakantie-ervaringen.
 S&RO 3, 2008
Het is opmerkelijk dat we grenzen al enkele eeuwen vrijwel automatisch opvatten als staatsgrenzen en verbeelden met lijnen. Dat statische beeld wordt nog steeds werktuiglijk geïnternaliseerd in onze planningspraktijken en ruimtelijkeordeningsvraagstukken. We trappen nog steeds in de val van het denken in-, en ruimtelijk ordenen aan de hand van territoriale staten. Daarmee gaat een potentieel rijke verbeeldingskracht en interpretatieruimte voor de ruimtelijke ordening en de mogelijke constructie van transnationale grenslandschappen verloren. S&RO 3/2008 onderzoekt hoe een begin gemaakt kan worden met het nadenken over een ruimtelijke ordening van grenzen die meer recht doet aan de concrete grenspraktijken, of juist ruimte biedt aan nieuwe transnationale potenties.
 TVV 3, 2008
Tien jaar geleden werd de aanzet gegeven om particulier opdrachtgeverschap (PO) in de woningbouw te stimuleren. Het geeft de woonconsument meer zeggenschap bij het ontwerpen en laten bouwen van de eigen woning. Het doel - een derde van de nieuwbouw PO vanaf 2005 tot 2010 - blijkt echter bij lange na niet gehaald. Sinds het rijksbeleid PO wil stimuleren, loopt het aandeel PO terug. Naar de oorzaken van deze vrij negatieve beleidsresultaten blijft het nog in hoge mate gissen en blijft het rijk zelf ook vrij stil. Te weinig vrije kavels waren en zijn een grote belemmering voor meer PO, vooral in stedelijke regio’s. Het aanbod van vrije kavels is vanouds gericht op het dure segment van vrijstaande woningen op grotere kavels. In woningmarkten van veel stedelijke regio’s doet de krapte nog een schep bovenop de grondprijzen. Vooral daar gaat het geringe aanbod aan vrije kavels gelijk op met hoge grondprijsniveaus.
 S&RO 2, 2008
Beelden en symbolen maken onlosmakelijk deel uit van het leven in de stad. De toenemende aanwezigheid van audiovisuele media in de stedelijke ruimte wijst ons op de hyperaudiovisuele ervaring van de hedendaagse stad. Die symbolische verbeelding van de stad wordt wel eens afgedaan als zweverig, als iets waar vooral kunstenaars en intellectuelen zich mee bezighouden. Maar verhalen, beelden, symbolen en discoursen maken een stad ook. Zij zijn onvermijdelijk onderdeel van de politieke strijd om publieke ruimte. S&RO 2/2008 laat zien welke betekenissen en ideeën over de inrichting van de stedelijke ruimte in beelden worden uitgedrukt. En geeft antwoord op de vraag hoe de door professionals geproduceerde beelden en symbolen zich verhouden tot de alledaagse stedelijke ruimte.
 TVV 2, 2008
Het woonbeleid van Amsterdam in de komende jaren kenmerkt zich door veel nieuwbouw en een grondige transformatie van de woningmarkt. Het wil zo mensen die wooncarrière willen maken voor de stad behouden, potentiële vertrekkers aan zich binden en de stad toegankelijker maken voor starters.
 Grond, geld en gebiedsontwikkeling (pdf-bestand)
‘Grond, Geld en Gebiedsontwikkeling’ is een bundeling van artikelen over tien heikele kwesties in de ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling. Naast de verhandelbare ontwikkelingsrechten zijn dit onder andere de onduidelijke Europese regels over aanbesteding en de ondoorzichtige structuren bij publiek-private samenwerking.

DIT BOEK IS UITVERKOCHT. WEL KUNT U LANGS DEZE WEG HET BOEK ALS PDF-BESTAND BESTELLEN, VOOR DE HELFT VAN DE PRIJS VAN HET PAPIEREN BOEK (9 IPV 18 EURO (LEDEN) OF 13,50 IPV 27 EURO (NIET-LEDEN). Prijzen zijn excl. btw.
 S&RO 1, 2008
Sinds enige tijd staat het Nederlandse cultuurlandschap weer volop in de belangstelling. Zowel bij het brede publiek, bestuurders en politici als in de vakwereld van stedenbouwkundigen en planologen is er aandacht voor landschap en landschappelijke kwaliteit. Het typisch Nederlandse (of preciezer: Hollandse) landschap van dijken, polders en sloten veranderd op sommige plekken in een hyperreële wereld van golfbanen, skischansen en struisvogels. Hoewel het landschap in veel beleidsnota''s als collectief goed wordt aangemerkt, is het de afgelopen decennia door processen van democratisering en bestuurlijke decentralisatie steeds minder de resultante van een collectief project. Wat is nu eigenlijk nog de betekenis, reikwijdte en draagkracht van het landschapsbegrip in de hedendaagse ruimtelijke ordening?
 TVV 1, 2008
De hervormingen in de volkshuisvesting die halverwege de jaren negentig zijn doorgevoerd, zijn een groot succes. Tenminste wel als je ze afmeet tegen de destijds geformuleerde doelstellingen. Door de bruteringsoperatie en verzelfstandiging zijn de overheidsuitgaven sterk afgenomen en van centrale sturing is nauwelijks meer sprake. Toch is de overheid niet tevreden en is er kritiek op de woningcorporaties. Hierdoor zijn veel corporaties gefrustreerd en denken sommige aan privatiseren. Maarten Veraart schetst in het nieuwste nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting de (on)mogelijkheden van opting out in de volkshuisvestingssector. Dit doet hij aan de hand van een analyse van het huidige sturingsmodel en ervaringen met privatisering in andere sectoren. Daarnaast in dit nummer onder meer aandacht voor de dubbelrol van gemeenten op de grondmarkt, de huisvestingsproblemen en het economisch belang van arbeidsmigranten en de resultaten van de herstructurering in de Rotterdamse wijk Hoogvliet.
 Nova Terra Special 1, 2008
”˜Ga nou eens op de lange termijn zitten.' Deze woorden komen van voormalig Eerste-Kamerlid Wolter Lemstra. De Startnotitie Randstad 2040 is het eerste antwoord van het kabinet en vormt de opmaat voor enkele maanden van discussie, onderzoek en ontwerp. Deze editie van Nova Terra is een stevige inhoudelijke bijdrage aan deze ronde.
Voor de rechtgeaarde vakgenoot is 2040 weliswaar ver weg maar een inspirerend punt op de horizon. Waar zelfs een omzetting van bedrijventerrein naar woon-werklocatie als gauw tien jaar in beslag neemt is 2020 – de officiële planhorizon van de Nota Ruimte – al akelig dichtbij. Enkele decennia verder kijken geeft ruimte om zaken structureler te benaderen. En daar is genoeg aanleiding voor. Denk maar eens aan de toekomst van Schiphol of de ruimtelijke aanpassing aan klimaatverandering.
 Output 11
Deze publicatie is gebaseerd op een reeks excursies die in 2007 in het kader van stedelijke vernieuwing is georganiseerd. De verschuiving van fysieke naar sociale en economische aspecten stond daarbij centraal. De menselijke factor in de zin van emoties, binding en creativiteit van de bewoners enerzijds en kennis, kunde, en betrokkenheid van de beroepskrachten in de wijken anderzijds speelt een belangrijke rol bij het vernieuwingsproces. Om dit goed te kunnen organiseren is aandacht nodig voor participatiemethoden en uitvoeringsinstrumenten in de zin van menskracht, financiële en organisatorische middelen. Het afgelopen decennium heeft stedelijke vernieuwing veel bereikt in de probleemwijken van tien jaar geleden.
 De grenzeloze regio; Praktijkboek regionale strategieën

In de CoP 'Regionale Strategieën' zijn nieuwe inzichten ontstaan over het effectief besturen van een stadsregio of stedelijk netwerk. De praktijkervaringen van de leden van deze CoP en de oogst van drie jaar Nirov meerjarenprogramma 'Van Stad Naar Regio' vormen de basis voor het boek 'De grenzeloze regio; Praktijkboek regionale strategieën'. Daarmee levert het boek nieuwe inzichten en een wetenschappelijke beschouwing over stedelijke netwerken. Jaap Modder, bestuursvoorzitter van de Stadsregio Arnhem Nijmegen, reikte namens de leden van de Community of Practice tijdens dit congres het eerste exemplaar uit aan Chris Kuijpers DG Ruimte, Ministerie van VROM.

Deze publicatie is uitverkocht.

 Output 10 (uitverkocht)
"Gebiedsontwikkeling staat of valt met goed opdrachtgeverschap", aldus Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en Fred Schoorl, directeur Nirov. Zij doen deze uitspraak in deze door hen samen uitgegeven publicatie. Aanleiding voor het maken van de publicatiewas de Week van de Gebiedsontwikkeling eind 2006 aan de TU Delft. De publicatie is tot stand gekomen naar aanleiding van de Week van de Gebiedsontwikkeling eind 2006 aan de TU Delft en door het Nirov-meerjarenprogramma Gebiedsontwikkeling geënitieerde verdiepende interviews met verschillende opdrachtgevers.
 S&RO 6, 2007
Ruimte voor consumptie houdt de planologische gemoederen al decennialang bezig. Door de jaren heen is de traditionele hiërarchische indeling van de distributieplanologie voor winkels en voorzieningen vervangen door een meer functionele indeling. Toch lijkt die indeling steeds minder te voldoen. Nu het rijk haar beleid voor perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen heeft losgelaten, lijkt er meer ruimte voor initiatieven vanuit de markt te komen. Grootschalige retail- en leisureformules en de verschuivingen in het locatiepatroon van leisure en retail kunnen aanzienlijke ruimtelijke consequenties hebben. S&RO 6/2007 brengt die consequenties in beeld.
 TVV 6, 2007
Het lijkt soms alsof de wijkenaanpak het complete debat over bouwen en wonen overheerst. Inderdaad weten de massamedia het wijkennieuws te vinden en is minister Vogelaar door haar veertigwijkenaanpak een van de bekendste ministers in het kabinet. Maar eigenlijk is de wijkenaanpak niets anders dan een concrete vertaalslag van tal van volkshuisvestingsdossiers. De redactie van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting vond het hoog tijd worden om een aantal van deze dossiers uit te lichten. Zo gaat Jan van der Schaar in een mooi en gedegen artikel in op het huurbeleid en de maatschappelijke gevolgen die keuzes hierin hebben. Carlinde Adriaanse neemt het sociale klimaat van buurten onder de loep aan de hand van de a-typische wijk Buitenveldert in Amsterdam. Na lezing van dit nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting kunt u beter gefundeerd uw gedachten laten gaan over de wijkenaanpak.
 S&RO 5, 2007
Het rationele ritme van de dag stond lange tijd in schril contrast met het ritme van de nacht. Met de opkomst van de vierentwintiguurseconomie wordt de scheiding tussen dag en nacht echter steeds minder strikt. We moeten de nacht dan ook niet langer beschouwen als een soort van Groene Hart in de tijd. Maar eerder als een wezenlijk onderdeel van het dagelijkse leven. Dat met allerlei creatieve, culturele, sociale, economische en technologische toepassingen een volwaardig onderdeel van de publieke ruimte in de stad kan worden. De nacht als een nieuw soort te ontwikkelen achterland, het is een belangrijke opgave voor de ruimtelijk onderzoekers en ontwerpers van vandaag. Zeker nu de focus van het ruimtelijke debat is verschoven naar dat van de duurzame leefomgeving.
 TVV 5, 2007
Hoe meer de politiek het laat afweten, hoe eensgezinder het maatschappelijk middenveld. Afgaande op de steun voor het VROM-raadsadvies over de woningmarkt zou je deze stelling kunnen verdedigen. In ''Tijd voor keuzes, perspectief op een woningmarkt in balans'' wordt de noodklok geluid over de woningmarkt. Hij zit vast en gaat steeds vaster zitten. Hoe langer deze situatie blijft voortduren, hoe groter de schade die wordt aangericht, zowel binnen als buiten de vastgoedsector. De VROM-raad doet concrete voorstellen om uit het moeras te komen. Woonbond, IVBN (de organisatie van vastgoedbeleggers) en Vereniging Eigen Huis onderschrijven de hoofdlijnen van het advies van harte. Het VROM-raadsadvies en de reacties daarop worden belicht in het nieuwste nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Daarnaast onder meer aandacht voor het (schijn?)akkoord tussen minister Vogelaar en Aedes, schokkend gebrek aan gemeentelijke visie op de probleemwijken en woningtellingen die niet blijken te kloppen (maar die wel in diverse onderzoeken worden gebruikt).
 Thuis in 2020

In de publicatie Thuis in 2020, een kookboek voor professionals, wordt vanuit verschillende invalshoeken hetzelfde dilemma belicht: hoe komen we tot een meer vanzelfsprekende centrale rol voor bewoners / gebruikers in het ontwerpen van woning en woonomgeving. Ontwerpers, ontwikkelaars, overheid, corporaties en de wetenschap komen aan het woord. U ziet bovendien in een fotoreportage voorbeelden van de vele verschillende manieren waarop bewoners met het ontwerp en gebruiksmogelijkheden van hun woning omgaan: in de stad, op Vinex-locaties en op het platteland.
 Publicatie Leiderschap in een ander klimaat
De publicatie Leiderschap in een ander klimaat benadrukt de noodzaak van een bestuurlijke en maatschappelijke transitie. Het boek is het resultaat van een Masterclass ”˜water voor bestuurders' die handelde over klimaat, water en gebiedsontwikkeling.
 Beperking van gevolgen van overstroming
deze publicatie is uitverkocht

Deze publicatie is verschenen naar aanleiding van de workshop Mitigation Planning op 25 en 26 april 2007. De workshop stond in het teken van de Amerikaanse en Engelse ervaringen met het beperken van de schade als gevolg van overstromingen. Centraal stond het Mitigation Planning Process voor het beoordelen van de overstromingsrisico’s en het benoemen van maatregelen om de gevolgen van overstromingen te beperken.

De workshop en de publicatie zijn tot stand gekomen op initiatief van het ministerie van Verkeer en Waterstaat DG Water in samenwerking met Rijkswaterstaat en het Nirov programma Water.
 Nova Terra Special 3, 2007
Hoewel Europese steden op allerlei fronten van elkaar verschillen en daarmee de problematiek, hebben ze toch ook dingen met elkaar gemeen. Wat betreft mobiliteit is vrijwel overal dezelfde problematiek waarneembaar: capaciteits- en milieukwesties. Het Europese onderzoeksproject Connected Cities brengt de diverse ervaringen bij elkaar en deelt de kennis. Nova Terra, het tijdschrift over vernieuwend ruimtegebruik heeft hier een speciaal, Engelstalig themanummer aan gewijd, alweer het vierde in een reeks. In dit nummer is speciale aandacht voor de immense vervoersproblematiek in Zuidoost-Engeland.
 S&RO 4, 2007
Noord-Nederland heeft al jarenlang het gevoel er een beetje bij te hangen. Ondanks vele structuurversterkende maatregelen, plannen voor snellere verbindingen met het Westen en verschillende ruimtelijke projecten, blijven de provincies Groningen, Friesland en Drenthe het idee hebben achter te lopen op de rest van Nederland. Maar waarom eigenlijk? Het Noorden heeft voldoende eigen kwaliteiten, die de decennialange pogingen een kopie van de Randstad te willen worden onnodig maken. S&RO 4/2007 laat zien hoe Noord-Nederland op uiteenlopende terreinen uit kan gaan van de eigen kracht.
 TVV 4, 2007
Het zal altijd wel lastig blijven om goede regels op te stellen voor hybride organisaties als corporaties. Enerzijds dienen ze het publieke belang, anderzijds opereren ze in een omgeving waar de wetten van de markt gelden. Europese regelgeving omtrent mededinging maakt het nog complexer. Beleggerskoepel IVBN heeft onlangs een klacht ingediend bij de Europese Commissie over oneigenlijke staatssteun die corporaties zouden ontvangen.
Hugo Priemus gaat in het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting uitgebreid in op deze klacht. Ook rond de krachtig ter hand genomen wijkenbenadering cirkelen wezensvragen. Waar draagt de wijkaanpak nu aan bij en is het wel de meest effectieve manier om problemen aan te pakken? Ook de keuze van de veertig wijken van minister Vogelaar staat ter discussie. Sako Musterd, Wim Ostendorf en Wouter van Gent tonen met gedegen onderzoek aan dat de ''objectieve'' criteria niet tot de meest effectieve keuze hebben geleid.
 S&RO 3, 2007
In de architectuur, stedenbouw en planologie is een hernieuwde belangstelling ontstaan voor het alledaagse leven. Het gebruik van de omgeving en de betekenissen die aan de ruimte worden toegekend staan daarbij centraal. Toch is het alledaagse een tamelijk ongrijpbaar begrip dat zich moeilijk laat plannen en ontwerpen. Stedenbouw en planologie moeten daarom meer rekening houden met de pluriforme en veranderlijke praktijken van alledag.
 TVV 3, 2007
Een wijk als merk zien, het lijkt niet de meest voor de hand liggende kijk. En kun je er bijvoorbeeld een beslissing over sloop of renovatie op baseren? In het nieuwste nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting wordt aan de hand van de Haagse wijk Mariahoeve aangetoond dat dit mogelijk en zinvol is. Met ''wijk-branding'' komen de kwaliteiten en eigenaardigheden scherper in beeld. Daarnaast wordt in het tijdschrift een wetenschappelijke studie toegelicht over de kloof tussen verhuizen en de verhuiswens. Soms geven mensen aan te willen verhuizen en doen ze het niet en vice versa. Doordat deze verschillen buiten beeld blijven bij de meeste woononderzoeken, leidt dat uiteindelijk tot onderschatting van de vraag naar goedkope woningen en zorgwoningen.
 Nova Terra Special 2, 2007
Binnenstedelijk bouwen is bijna een vanzelfsprekend beleidsdoel. Het spaart open ruimte, houdt steden vitaal, beperkt mobiliteit en maakt openbaar vervoer rendabel. Maar er verschijnen wolken aan de beleidshemel. Uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse van VROM en Financiën blijkt dat binnenstedelijk bouwen een moeilijke tijd tegemoet gaat. Voornaamste reden is dat de ''makkelijke'' ontwikkelingslocaties opraken. De kosten wegen bij de moeilijke locaties niet meer op tegen de (maatschappelijke) opbrengsten. Dit is echter niet de ervaring van veel mensen (procesdeskundigen, ontwerpers, ontwikkelaars) uit de praktijk. Zij zien juist volop mogelijkheden. Het wordt dus tijd dat deze goede praktijken worden gedeeld met de vakwereld. Nova Terra faciliteert dit in een special die in samenwerking met VROM is gemaakt. Het nummer verschijnt op 26 mei en wordt beschikbaar gesteld aan de deelnemer van een groot congres over binnenstedelijk bouwen op 31 mei.
 S&RO 2, 2007
De opwarming van de aarde heeft grote invloed op de voorwaarden waaronder in Nederland ruimtelijke ordening en stedenbouw wordt bedreven. Welke invloed dat zal zijn, en hoe, is slechts bij benadering te voorzien. Duidelijk is wel dat er méér nodig is dan alleen een betere rivier- en kustbeheersing. De klimaatverandering is een mondiaal verschijnsel waarvan de schokken mondiaal doorwerken via de wereldomspannende netwerkeconomie. S&RO 2/2007 laat zien hoe.
 TVV 2, 2007
De wijkaanpak staat in de belangstelling als nooit tevoren. Minster Vogelaar van Wonen en Integratie heeft veertig wijken aangewezen die op speciale aandacht kunnen rekenen. Het nieuws was nog niet uit of er werden al kanttekeningen geplaatst bij de keuzecriteria. In het nieuwe nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting wordt uitgebreid aandacht besteed aan het beleid van het kabinet Balkenende 4 (geanalyseerd door Hugo Priemus) en de wijkaanpak. Hoe moet je het niet doen en hoe juist wel? Wanneer gaat het mis en wanneer gaat het goed?
 Hudig Penning 2007
Het bestuur van de Hudig-stichting heeft een Hudig-penning toegekend aan prof. H.E. (Riek) Bakker voor haar grote bijdrage aan nieuwe praktijken van ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening. Inhoudelijk is haar grote kracht dat zij als geen ander weet bloot te leggen op welke plekken en voor welke opgaven een stedenbouwkundige ingreep wonderen kan verrichten. "Als een politiehond snuffelt Riek Bakker rond en als zij de kans heeft gevonden, de gouden ingreep die van alles in gang kan zetten, begint zij te blaffen", aldus deze considerans van het Hudig-bestuur.
De Hudig-penning is in 1934 ingesteld ter nagedachtenis aan één der voormannen van de volkshuisvesting en stedenbouw in Nederland, de progressieve liberaal mr. D. Hudig die in 1917 een van de oprichters van het Nirov was.
 Output 9
De slechte verkeersontsluiting van veel Vinex-locaties toont aan dat een goede verknoping van de infrastructuur met een nieuwe wijk of kantoorlocatie een complexe opgave is. In deze Output beschrijven Willem Buunk en Raymond Linssen een aantal projecten waar deze mobiliteiteitsgerichte gebiedsontwikkeling met succes is toegepast.
Aan bod komen onder andere W4 Leiderdorp, de Zuidas, de N201 Aalsmeer en de Eindhovense A2-zone en Flightforum. Het zijn enkele van de weinige voorbeelden waarin overheden en bedrijven erin zijn geslaagd de meerwaarde te benutten van een goede samenhang van de ontwikkeling van het vervoerssysteem (wegen en OV) met de ontwikkeling van stad of dorp. Deze voorbeelden laten zien dat mobiliteitsgerichte gebiedsontwikkeling de nieuwe praktijk moet worden voor de ontwikkeling van steden en regio's.
 Output 8
In 2006 gingen een kleine 200 professionals op excursie naar 6 van de 56 wijken. Tijdens ieder bezoek stond één thema centraal. Dit thema werd aangesneden vanuit de praktijk van de gastheer. Na een wandeling waarin het verhaal concreet werd, was het aan de deelnemers om kritisch te reflecteren en ervaringen uit te wisselen. Leren in en met de praktijk dus.
Deze publicatie geeft een impressie van de zes excursies die het Nirov in samenwerking met het ministerie van VROM in 2006 organiseerde naar Helmond, Leiden, Maastricht, Deventer, Rotterdam en Utrecht. Binnen elk thema wordt aangegeven waar de problemen zich in de praktijk op toespitsen en hoe ze opgepakt kunnen worden.In de epiloog worden de belangrijkste conclusies en lessen uitgelicht.
 S&RO 1, 2007
Het Nederlandse zorglandschap ondergaat een landverschuiving. De voorheen buiten de stad gelegen terreinen voor gehandicapten en psychiatrische instellingen, verliezen hun oorspronkelijke bewoners. Omgekeerd vinden veel functies die we normaal in het ziekenhuis vinden, hun weg naar de buitenwijken. De toegenomen marktwerking bepaalt ook in de zorgsector het aanbod. Dat leidt tot nieuwe concepten, coalities en een ontwerpopgave. Dit eerste nummer van S&RO brengt de ruimtelijke consequenties daarvan in beeld.
 TVV 1, 2007
Op 15 februari ging het Amsterdamse Bos en Lommerplein na driekwart jaar weer open voor winkeliers en marktlieden. Zwaktes in de bouwconstructie zijn volledig hersteld. Is het daarmee einde verhaal en kunnen we rustig gaan slapen? Helaas niet, zo constateert Hugo Priemus in een artikel. Kijkend naar het bouwproces en de vergunningverlening is de kans groot dat op andere plekken ook onvolkomenheden aan het licht zullen komen. Priemus doet een aantal aanbevelingen om herhaling te voorkomen. Met aandacht voor het meten van maatschappelijke prestaties van woningcorporaties en een doorwrocht artikel over de toegenomen samenhang tussen de marktprijs en de WOZ-waarde van woningen.
 Nova Terra Special 1, 2007
Onlangs verscheen weer een nieuw, Engelstalig nummer van Nova Terra. In dit nummer vormt het EU-programma Connected Cities de rode draad. Dit programma is gericht op duurzame mobiliteit in stedelijke gebieden. Welke problematiek speelt er in diverse Europese steden en vooral: welke oplossingen zijn er al voorhanden, wat kunnen we van elkaar leren? Als Nederlands voorbeeld wordt het project Stedenbaan in Zuid-Holland uit de doeken gedaan. Daarnaast onder bijdragen over de hogesnelheidstrein in Noordwest-Europa, light rail in (gidsland) Frankrijk en een strategie voor mobiliteit en stedelijke ontwikkeling in Duitsland.
 Output 7
Als tegenhanger van het adagium Bouwen, bouwen, bouwen daagt het Nirov-Meerjarenprogramma Wonen (2005 – 2007) de vakwereld uit om tot meer kwaliteit voor het wonen te komen. De aandacht vestigt zich gemakkelijk op de middeninkomens. De wens de kloof tussen huur en koop over te springen is daar immers het grootst. En markt bieden voor woonwensen uit deze grote groep blijft moeilijk, maar loont. In deze Output dienen de drie pijlers van het Grotestedenbeleid, fysiek, economisch en sociaal, als kapstok. Het vraagstuk van de maatschappelijke integratie van bewoners in achterstandsbuurten moet natuurlijk integraal worden opgepakt. ''Er moeten weerbare wijken ontstaan'', riep Martien Kromwijk op het Nirov-begrotingsdebat. Dat begint bij mensen. Om daarin succesvol te zijn, blijft het belangrijk argumenten vanuit de diverse invalshoeken op tafel te krijgen.
 Output 6
Deze publicatie markeert het einde van de excursies binnen het Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing (IPSV). Dit boekje biedt ”˜a room with a view'. Vier onderwerpen die tijdens de IPSV-excursies, soms zijdelings, soms onverwachts, ter sprake kwamen, worden in column-achtige essays behandeld en ingekleurd met een praktijkvoorbeeld. Het geeft een inzicht in een aantal van de open eindjes van het IPSV programma en de ontwikkelingsrichtingen in de stedelijke vernieuwing. Ook de komende jaren zal het Nirov in opdracht van het ministerie van VROM excursies blijven organiseren.
 TVV 6, 2006
(deze editie is helaas uitverkocht)

Recentelijk mag de volkshuisvesting zich verheugen in een bovengemiddelde belangstelling van economen. Met name de vraag waarom de woningmarkt niet naar behoren functioneert (en wat daaraan te doen valt), is onderwerp van analyse. Zo''n blik ''van buiten'' werkt verfrissend maar behoeft ook nadere duiding van de vakgemeenschap. In het zojuist verschenen nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting komen de professionals uitgebreid aan het woord, onder de noemer ''naar een volwassen woningmarkt''. De Nirov discussiedagen Bouwen en Wonen vormden de onderlegger voor dit themanummer. De meest geschikte papers die voor de discussiedagen werden geschreven, zijn in bewerkte vorm gepubliceerd. Het geheel levert een mooi overzicht op van de huidige discussie over deze actuele kwestie.
 Nova Terra 4, 2006
In dit nummer is ruime aandacht voor het verschijnsel van ''growth engines'' grote ruimtelijk-economische clusters die als een groeimotor voor een stad of stadsregio fungeren. Te denken valt aan universiteiten, ziekenhuizen en scholen. Growth engines spelen een cruciale rol in het aantrekken van een kansrijke beroepsbevolking, door Richard Florida aangeduid als ''creative class''. Om dit effect optimaal uit te buiten, is het zaak goed na te denken hoe de growth engines precies in te passen in de stad. In Nova Terra wordt dit uit de doeken gedaan middels enkele theoretisch getinte artikelen en casuëstiek.
 S&RO 6, 2006
Het gebrekkige aanpassingsvermogen is een terugkerend probleem in de Nederlandse ruimtelijke ordening. Dit is des te urgenter nu de dynamische maatschappij en de toenemende internationale concurrentie een haast voortdurende verandering van stedelijke gebieden vragen. In Japan hebben ze daar al aardig wat ervaring mee. Het meest in het oog springend is de flexibiliteit van de Japanse stad Tokio, die na twee ingrijpende aardbevingen weer is opgebouwd. Wat kan Nederland van deze stad leren? Deze vraag staat centraal in het zesde nummer van S&RO.
 Kansen aan de Kust
In vervolg op het succesvolle congres Kansen aan de Kust, dat 1 september 2006 in Noordwijk heeft plaatsgevonden is de gelijknamige publicatie verschenen. Deze bevat de visie van een groot aantal stakeholders in een zoektocht naar de ziel van de kust.
Met bijdragen van o.a. Riek Bakker (Adviescommissie Gebiedsontwikkeling), Elco Brinkman (Bouwend Nederland),Peter Noordanus (AM), Marnix Norder (gemeente Den Haag), Dirk Sijmons (Rijksadviseur voor het landschap) en Lenie Dwarshuis- van de Beek (gedeputeerde Water provincie Zuid-Holland). Auteur: Karin Anema.
 TVV 5, 2006
(deze editie is helaas uitverkocht)

Een afgetreden minister, een quasi-missionair kabinet, landelijke verkiezingen op til. Van de dossiers huurbeleid en fiscale behandeling van de (koop)woning is het volstrekt onduidelijk welke kant het op zal gaan. De verkiezingsuitslag kan bepalend zijn maar misschien ook niet. En dan nog een woningmarktvisie waarvan aan de houdbaarheidsdatum ernstig wordt getwijfeld. Nee, de woningmarkt bevindt zich niet bepaald in rustig vaarwater. Er moet iets gebeuren maar wat? Om - op papier althans - enige orde in de chaos te scheppen heeft het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting een fors themanummer aan de woningmarkt gewijd. Onder anderen Peter Noordanus, Hugo Priemus, oud-wethouder Duco Stadig en Frank van Loon (Vereniging Eigen Huis) laten hun licht schijnen.
 S&RO 5, 2006
(deze editie is helaas uitverkocht)

Het tijdperk van de Nederlandse ruimtelijke ordening lijkt ten einde. De nationale beleidsagenda is al een tijdje akelig leeg en op het bovenlokale schaalniveau gebeurt er weinig. Door decentralisering van bevoegdheden is het bestuurlijke en politieke speelveld complexer geworden. Ook burgers zijn mondiger en mobieler. Maar of dit direct betekent dat er van ruimtelijke ordening in Nederland geen sprake meer is, valt te betwijfelen. Want, is die agenda van de Nederlandse ruimtelijke ordening werkelijk zo leeg? Of gloort er een nieuwe toekomst?
 Output 5
De afgelopen jaren hebben professionals in de ruimtelijke ontwikkeling via publicaties, trainingen, studiedagen en vakexcursies kennisgemaakt met het nieuwe fenomeen gebiedsontwikkeling. Sommige vakgenoten zijn hiermee intensief aan de slag gegaan, waardoor een nieuwe beroepscategorie is ontstaan: de gebiedsontwikkelaars. Intussen verscheen in april 2006 op initiatief van Habiforum, Nirov en het ministerie van VROM ”˜NederLandBovenWater, een praktijkboek voor gebiedsontwikkeling', gebaseerd op de eerste ervaringen van bestuurders en professionals met ontwikkelingsprojecten. Kenmerkend voor een proces als dit is het ''trial and error'' karakter. Verspreid over het land en in diverse situaties wordt gezocht naar een nieuwe benadering en naar nieuwe oplossingen. Daardoor is het werkveld nogal onoverzichtelijk. De behoefte aan informatie en met name het delen van nieuwe kennis is groot. Gebiedsontwikkeling is kortom actueel, nieuw en zeer in beweging. Deze Output hoopt een helder beeld te scheppen van de huidige ontwikkelingen.
 Bundeling: een gouden greep?
Een ruimtelijk concept dat een halve eeuw standhoudt, je maakt het niet vaak mee. Het concept bundeling valt die eer ten deel en dat geeft alle reden er een boek over uit te brengen. Rianne Zandee, programmaleider van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV) deed dat. Het Nirov begeleidde de productie. Wat is de kracht van het concept bundeling? En waarom is het zo bruikbaar voor de ruimtelijke inrichting van Nederland? Dit boek is een zoektocht naar de betekenis van bundeling van verstedelijking en infrastructuur in verleden, heden en toekomst. Met bijdragen van o.a. Anne Schram, Frank van der Hoeven, Willem Buunk, Karst Geurs, en Hans Hilbers.
''Bundeling: een gouden greep?'' werd op 12 oktober 2006 gepresenteerd tijdens het congres Ruimte en Mobiliteit gebundeld van het KpVV.
Dit boek is niet bij het Nirov te bestellen, wel bij het KpVV.
 S&RO 4, 2006
In de jaren negentig was er geregeld een opvlammend debat over de positie en toekomst van de stedenbouw. De stedenbouw zou in een crisis verkeren. Van zo’n discussie is de afgelopen jaren nauwelijks sprake meer. Heeft de stedenbouw zich inmiddels hersteld? Hoe is gereageerd op het pluriformere opdrachtgeverschap, de veranderde maatschappelijke context, de concurrentie van andere ontwerpdisciplines en de actualisering van het instrumentarium? In S&RO 4/2006 een verkenning van de stedenbouw aan de hand van het stedelijk project.
 Nova Terra 3, 2006
In dit nummer speciale aandacht voor visionaire studies. Zoals een artikel over de kansen die klimaatverandering biedt voor de ruimtelijke inrichting van het Noorden des lands. En twee artikelen over innovatieve kasconcepten, waarmee de energie-intensieve glastuinbouwsector tientallen procenten op het energieverbruik kan besparen. Daarnaast agenderen oud-wethouder van Amsterdam Duco Stadig en Bouwfonds-directeur Friso de Zeeuw de doorgeslagen regelzucht in Nederland, die een verlammende werking op de ontwikkeling heeft. Zij typeren dit als de nieuwe Pruikentijd.
 TVV 4, 2006
Als de volkshuisvesting een heilligencultus zou kennen, zou wijlen staatssecretaris Ennaeus Heerma daar zeker deel van uitmaken. Hij heeft met de verzelfstandigingsoperatie van woningcorporaties de sector grondig, succesvol en duurzaam hervormd. Zijn Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig is een bewierookt beleidsstuk.Maar nieuwe ontwikkelingen vragen toch om nieuwe oplossingen die Heerma niet kon voorzien. Dit constateert Jan van der Schaar (RIGO/ UvA) in een artikel in het nieuwste nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Ook in andere artikelen worden zaken aangeroerd die, buiten het bouwwerk van Heerma om, om een oplossing vragen. Zo is daar het concreet maken van de maatschappelijke doelstelling van corporaties, uiteengezet door George de Kam e.a. Ook is er een internationale vergelijking over het taakveld van corporaties.
 Output 4
De aandacht voor stedelijke netwerken is groeiende. De Nota Ruimte wees enkele stedelijke netwerken aan zoals Brabantstad, Groningen-Assen, en Tripool Limburg. Ook de Randstad wordt beschouwd als samenhangend netwerk, hoewel soms opgedeeld in een Noord- en Zuidvleugel en een Groene Hart. In deze Output gaat Geert Teisman, hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit, in op de vraag of stedelijke netwerken indicatief zijn voor nieuwe bestuurlijke inzichten en een daaraan gekoppelde beleidsomslag. Of gaat het om een modieus ruimtelijk concept, waarover korte tijd wordt gesproken maar dat daarna terechtkomt in de vergaarbakvan concepten die het niet haalden?
 S&RO 3, 2006
Tussen nu en 2012 komt er in Nederland 32.000 hectare bedrijventerrein bij. Daarnaast ligt er 21.000 hectare te wachten op herstructurering. Dit maakt het bedrijventerrein tot een grote publieke opgave. Publiek, want in Nederland wordt tachtig procent van de bedrijventerreinen ontwikkeld door gemeenten. De opgave ligt echter niet alleen op het vlak van de kwantiteit. Ook de kwaliteit moet omhoog. Hoog tijd dus om het fenomeen breed onder de loep te nemen en in dit derde nummer van S&RO ook op zoek te gaan naar alternatieven. Want bedrijventerreinen zijn zoveel meer: achter de saaiheid, monotoonheid en rommeligheid gaat vaak meer schuil dan men denkt!
 Nova Terra 2, 2006
Het ”˜Nothing changes, really'. Deze slagzin voert een bekende Whiskystoker om zijn drank te associëren met traditie en onveranderbaarheid. Een kaart van de Randstad uit 1927, toen vliegpionier Albert Plesman over West-Nederland vloog en de naam Randstad introduceerde, zou niet misstaan bij deze slogan. Zoveel is er al gerekend, gebouwd, bestuurd, getekend, georganiseerd en vooral gepraat over die stedenconcentratie in het westen van Nederland. Maar of het concept van een stedenring met een open middengebied iets heeft veranderd aan de planologische realiteit, is twijfelachtig.
Zijn de ontwikkelingen in de vleugels nu het begin van een echt metropolitaan bestuur of is het ”˜Nothing changes, really'?
 TVV 3, 2006
(deze editie is helaas uitverkocht)

In dit Tijdschrift voor de Volkshuisvesting aandacht voor de zogeheten ''Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek'', kortweg de Rotterdamwet. Deze wet geeft de gemeente Rotterdam de mogelijkheid om kansarme vestigers te weigeren uit bepaalde wijken. Dit beleid is bepaald niet onomstreden, vooral de effectiviteit staat ter discussie. In het themanummer wordt het onderwerp van diverse kanten belicht. Hugo Priemus laat weinig heel van een advies dat de Raad van Economische Adviseurs (REA) onlangs uitbracht over de woningmarkt. ''Onvolledig, eenzijdig en onvoldragen'', zo typeert Priemus het advies.
 Output 3
N.B. Output 3 is uitverkocht. U kunt deze niet meer bestellen.
In 1999 definieert het Nirov een ambitieuze opgave: het bereiken van "een vooraanstaande rol op hetkruisvlak van infrastructuur, mobiliteit en ruimtelijke ordening." Een niet geringe ambitie. Te meer daar tegelijkertijd geconstateerd wordt dat ruimtelijke ordening nog altijd sterk is gericht op het ordenen van wonen en werken en te weinig op de mogelijkheden van infrastructuur als drijvende kracht. Inmiddels is het 2006 en enkele versies van nationale ro- en verkeersnota''s verder. Deze Output maakt de balans op van de beleidsinhoudelijkeveranderingen tussen 2000 en 2005. Daarbij ligt de nadruk op de vraag of en hoe in de ogen van een aantal betrokkenen de thematiek op het grensvlak van ruimte, infrastructuur, en mobiliteit in beweging is.
Met interviews met Peter Walbeek (ministerie VROM, DG Ruimte), Jaap Renkema (ANWB), Michiel Beck en Jaap van der Zwart (ministerie V&W,DG Personenvervoer), Bertus Postma (dS+V), Arnoud Mouwen (AGV Adviseurs), Hans Slappendel (Bouwfonds), Rianne Zandee en Wim van Tilburg (KpVV), en Han Wieringa (OV-netwerk Brabantstad).
 S&RO 2, 2006
Grote publieke werken staan sinds kort in een kwaad daglicht. Veiligheid en economische groei zijn geen steekhoudende argumenten meer om de nadelen van veel publieke werken op de koop toe te nemen. Vooral het lokale en groene verzet laat dit blijken, door het protest tegen de Betuwelijn en de weerstand tegen het project Ruimte voor de Rivier. Maar het is niet alleen het Not In My BackYard-gevoel (NIMBY) dat grote publieke werken dreigt te ondermijnen. Ook de projecten zelf verliezen aan overtuigingskracht. Het tweede nummer van S&RO werpt een blik op enkele grote publieke werken van nu. Wat ging er mis en wat zijn de grand projets van de toekomst?
 Nova Terra 1, 2006
Plan na plan werd vorig jaar door de rechter afgewezen vanwege strijdigheid met eisen rond luchtkwaliteit, met name de concentraties fijn stof. Hoe kon deze ''luchtaanval'' zo plotseling plaatsvinden? En hoe nu verder? Hugo Priemus schetst de gang van zaken in een uitgebreid artikel in de nieuwste Nova Terra.Nader beschouwd zijn de problemen rond luchtkwaliteit niet uniek en we kunnen in de toekomst meer van dergelijke ''veto''s'' verwachten. Het is dus zaak om het dossier luchtkwaliteit - én soortgelijke dossiers - te analyseren en hier een strategie op te baseren. Nova Terra doet hier een aantal voorzetten voor.
Daarnaast is er een beschouwing van Martine Jetske Vledder over de kenmerken en kwaliteiten die een plek moet bezitten om een goede post-moderne ontmoetingsplaats te zijn, een zogeheten ''great place''. Opmerkelijk genoeg heeft de Zuidas het (nog?) niet in zich.
 NederlandBovenWater
Als vervolg op de oproep voor praktijken van gebiedsontwikkeling is een selectie van twaalf interessante praktijken van gebiedsontwikkeling gemaakt, elk met een specifieke opgave. Projectleiders en direct betrokkenen bij deze twaalf praktijken zijn door middel van een aantal reflectiesessies met elkaar in contact gebracht voor reflectie en feedback.

De opgaven in de verschillende projecten en de uitkomsten van de reflectiesessies zijn gebundeld in een publicatie die op 27 april 2006 door de Minister van VROM is gepresenteerd tijdens de Spiegeldag 2006. Deze publicatie, het praktijkboek gebiedsontwikkeling ‘NederLandBovenWater’, is een gezamenlijke uitgave van Nirov, Habiforum en het ministerie van VROM.
Het boek is te bestellen bij het Nirov.
 TVV 2, 2006
(deze editie is helaas uitverkocht)

Er is weer een nieuw nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting uit. Daarin onder meer een uitgebreide beschouwing over het huurbeleid door Jan van der Schaar (RIGO/ UvA). Na de dynamiek van de laatste tijd is het goed om alles op een rijtje hebben en de zaken van een afstandje te bekijken. Woningcorporaties hebben ook in de toekomst heel wat te kiezen wat betreft het huurbeleid. Ook het grondbeleid komt uitgebreid aan bod. In de nieuwe Grondexploitatiewet zijn heel wat onvolkomenheden uit het verleden weggenomen maar worden er ook weer nieuwe geschapen, zo betogen Walter Vroom en Herman de Wolff. De praktijk van gebiedsontwikkeling zoals die begon in het Spaanse Valencia, wordt naar de nieuwste inzichten vergeleken met de Nederlandse praktijk: welke elementen zouden een verrijking voor Nederland betekenen? En er is nog veel meer te lezen in dit nummer. Bevolkingsdaling, strategisch voorraadbeleid, institutionele beleggers, Te Woon, zijn enkele van de onderwerpen die aan de orde komen.
 S&RO 1, 2006
De afgelopen decennia ontstonden er vele nieuwe verdichtingen in of rondom stedelijke gebieden. Er is grote variatie in de oorsprong van die verdichtingen: economische centra, woongebieden, winkels, leisure, vervoersknooppunten. Kunnen we dit wel als één fenomeen beschouwen? Gaat het om subcentra of om nieuwe volwaardige centra? En wat betekenen ze voor de bestaande binnensteden? Hoe moeten ontwerp en beleid tegen deze nieuwe centra aankijken? Een themanummer met een titel, die de ambivalentie van het onderwerp weergeeft: (sub)centra.
 TVV 1, 2006
(deze editie is helaas uitverkocht)

Zojuist is weer een nieuw nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting verschenen. Een bijzonder nummer dit keer omdat het tijdschrift (ruim) tien jaar bestaat. Op de voorkant zijn oude voorkanten afgebeeld en bij alle artikelen zijn citaten van oude artikelen geplaatst. Die geven vaak een verrassende kijk op de huidige vakdiscussies. Soms denk je: wat is er veel veranderd sinds die tijd en soms denk je: wat is er weinig veranderd sinds die tijd. De in december verschenen Beleidsbrief van minister Dekker over de sociale-huursector komt uitgebreid aan bod in het tijdschrift. En nog een bijdrage over gebedsruimten voor nieuwe migranten in Den Haag met een aantal foto''s. De huisvesting is vaak zeer krap en de bouwkundige kwaliteit ver onder de (Nederlandse) maat.
 S&RO 6, 2005
De Nederlandse wijken krijgen veel aandacht: verhoudingen verharden en met de gemeenschapszin zou het slecht gesteld zijn. Sociale en ruimtelijke problemen als uitsluiting, criminaliteit, activisme, verloedering en een verschaling van voorzieningen, zijn het gevolg. Om die problemen op te lossen proberen verschillende bestuurlijke initiatieven de gemeenschapszin in de Nederlandse probleemwijken te bevorderen, onder andere door ruimtelijke voorstellen voor herinrichting te doen. De discussie over het nut van deze voorstellen blijkt echter normatief en gepolariseerd. Dit themanummer pleit voor een meer neutrale beschouwing die bekijkt welke ruimtelijke ingrepen op lokale schaal wel en niet werken.
 Output 2
Zeeland betekent water, en alle grote ruimtelijke opgaven hebben te maken met water. Maar de Provincie Zeeland zit strak ingesnoerd in het korset van het reeds dertig jaar oude, sectorale Deltaplan. Ontwikkelingsplanologie, ook wel gebiedsontwikkeling genoemd, lijkt in veel gevallen een oplossing om gebiedsgericht en integraal regio's versneld tot ontwikkeling te brengen. Tijdens de Expeditie Zeeland reisde een groep RO-professionals op uitnodiging van het Nirov langs een aantal projecten. Ontwikkelingsplanologie lijkt het best te werken als de drijvende kracht uit het gebied zelf komt, maar soms kan een van buitenaf opgelegde opgave, bijvoorbeeld natuurcompensatie, in een regio tot ongekende krachtsverschuivingen leiden. Deze Output doet daar verslag van en beschrijft hoe de provincie Zeeland gebiedsontwikkeling toepast.
 S&RO 5, 2005
Decennialang anti-suburbaan beleid heeft niet kunnen voorkomen dat in Nederland een suburbane wooncultuur dominant is. De Vinex-locaties zijn de recent gebouwde uitdrukkingen hiervan. In de discussies over deze buitenwijken was de stad het referentiekader. In de formulering van de suburbane opgave slaat de slinger nu door naar een meer landschappelijke benadering. Het taboe op meer landelijke woonmilieus is doorbroken. De suburbane conditie is echter veelomvattender. Ruimtelijke, sociaal-culturele en bestuurlijke veranderingen vragen om het opnieuw doordenken van de suburbane opgaven. Dit nummer van S&RO analyseert die opgaven en brengt de ruimtelijke resultaten daarvan in beeld.
 Output 1
Met de komst van de Nota Ruimte is ruimtelijk beleid integraal beleid geworden. De nadruk is komen te liggen op een constructieve samenwerking tussen publieke, private, en particuliere partijen. Deze werkwijze wordt aangeduid als ontwikkelingsplanologie. Deze Output belicht de essentie daarvan en geeft actuele voorbeelden uit de (water)praktijk, zoals Blauwe Stad, Maasbommel, Roombeek, Westerwolde, en de Overdiepse polder. Met een voorwoord van Lenie Dwarshuis-van Beek, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland.
 S&RO 4, 2005
'Under rated, least known and little explored', zo opent de de Lonely Planet over België. Een uitspraak die zeker opgaat voor de gemiddelde Amerikaanse toerist, maar ook voor de gemiddelde S&RO lezer. Hoewel België aan Nederland grenst, staat de ruimtelijke praktijk in de verschillende gewesten (Vlaanderen, Brussel en Wallonië) ver van ons af. En dat terwijl Nederland, nu we hier dreigen vast te lopen in bestaande beleidsdoctrines, best een voorbeeld kan nemen aan de Vlaamse ruimtelijke ontwikkelingen. De 'wanorde' bij de zuiderburen blijkt namelijk niet zo negatief als we altijd hebben gedacht. Het vierde nummer van S&RO laat zien waarom.
 Alle Zeilen Bijzetten

De ramp in New Orleans heeft maar weer eens onderstreept hoe belangrijk goed waterbeheer is. Nederland zal dan misschien niet zo snel door een nieuwe ''Katrina'' worden getroffen, maar er liggen genoeg andere uitdagingen. In de Nirov-publicatie Alle Zeilen Bijzetten wordt dan ook benadrukt hoe belangrijk integraal beleid is. Alle Zeilen Bijzetten verscheen naar aanleiding van het symposium met dezelfde titel in de IJtoren te Amsterdam tijdens Sail Amsterdam 2005.
 S&RO 3, 2005
Dit nummer is helaas uitverkocht! U kunt het niet bestellen.
 Parkstad Limburg (Supplement S&RO 3, 2005)
(deze editie is helaas uitverkocht)

Parkstad Limburg, de voormalige mijnregio in Zuid Limburg, is een ruimtelijke lappendeken. Een stedelijk gebied met verschillende kernen gescheiden door een netwerk van groene ruimtes. Van de oude mijnbouw die de regio haar betekenis gaf is tegenwoordig maar weinig terug te vinden. Zeven jaar geleden hebben Heerlen en omliggende gemeenten (Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal) de krachten gebundeld om de regio op termijn te voorzien van een nieuwe identiteit. Dit supplement laat zien hoe de aanwezige kwaliteiten benut kunnen worden zodat Parkstad Limburg als nieuwe stad, als regio, daadwerkelijk op de kaart gezet wordt.
 S&RO 2, 2005
Door globalisering is de regio van bestuurlijk stiefkind tot één van de meest dynamische schaalniveaus geworden. Regio''s zijn het resultaat van uiteenlopende krachten. Economische, politieke en culturele processen zijn bepalend voor de ''begrenzing'' ervan. De regio is nog het best te omschrijven als een sociale constructie, die minder eenduidig met een territorium verbonden is dan de nationale staat of het lokale bestuur. In dit tweede nummer van S&RO wordt onderzocht wat dit betekent voor de zoektocht naar regionale identiteit(en) en de positie van regionale planning, bestuur en ontwerp.
 S&RO 1, 2005
Het Europese platteland verandert in rap tempo. In sommige gebieden neemt de stedelijke invloed toe. Recreatie en landelijk wonen vullen de vrijgekomen ruimte van de teruglopende landbouw. Stedelingen werpen zich op als de hoeders van de plattelandscultuur. Elders ontstaat juist het nieuwe achtererf van Europa met marginale landbouw, vergrijzing en bevolkingsafname. ''Platteland'' is een ontoereikend begrip geworden om deze uiteenlopende trends te beschrijven. In het eerste nummer van S&RO daarom een zoektocht naar de ontwikkelingen van wat voorheen het Europese platteland was, oftewel ''V/H Platteland''.
 Abonneer op Nirov Kiosk

De volledige artikelen, url's en pdf's waarnaar in de Nirov Kiosk wordt verwezen zijn alleen toegankelijk voor abonnees. Voor € 51,- per jaar (ex.btw) bent u abonnee en heeft u volledige toegang.

Neem voor een abonnement contact op met Helen van Kan via, kan@nirov.nl of 070 302 84 48

x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.