PDA Versie | English | Contact | Links | Winkelwagen |
RSS
Het Nirov is het meest diverse netwerk voor professionals uit de publieke en private sector die werken aan ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en wonen. Het Nirov wil “samen ruimte maken” door actief te werken aan kennis, competenties en onderling contact.
Registreer nu en...
word lid van het netwerk > 10.000 leden
ontvang gratis nieuwsbrieven
discussieer mee op www.nirov.nl

Registreer
 Meer informatie
Log in
U bent niet ingelogd.Geregistreerden on-line: 0
  
Home / Publicaties / Tijdschriften

Algemeen

Het Nirov geeft 3 tijdschriften uit: S+RO, Tijdschrift voor de Volkshuisvesting en Nova Terra. Een abonnement op S+RO of het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting kost € 75,- per jaar (excl. 6% btw). Studenten betalen € 37,50 per jaar (excl. 6% btw). Bij aanmelding moeten studenten een kopie van hun collegekaart meesturen. Nova Terra wordt gratis verspreid onder de abonnees van S&RO.

Nu tijdelijk 50% korting op een abonnement!
Met ingang van dit jaar zijn S+RO en Tijdschrift voor de Volkshuisvesting vernieuwd. Speciaal in het kader van deze vernieuwing hebben wij het extra aantrekkelijk voor u gemaakt om een abonnement af te sluiten. Tijdelijk ontvangen nieuwe abonnees 50% korting op het abonnementsgeld. U betaalt nu slechts € 37,50 (excl. 6% btw) voor de hele jaargang 2010. Tevens ontvangt u een kado naar keuze, zolang de voorraad strekt.

Ga snel naar www.nirov.nl/abonnement2010 voor het afsluiten van een abonnement op één van onze vaktijdschriften of vraag een GRATIS PROEFEXEMPLAAR aan.

S+RO
De wereld van ruimtelijke ordening en stedenbouw is in beweging. S+RO (Stedenbouw + Ruimtelijke Ordening) is een onafhankelijk en gevarieerd vaktijdschrift dat deze beweging nauwlettend in de gaten houdt. Het tijdschrift geeft inzicht in achtergronden en ontwikkelingen binnen de vakgebieden stedenbouw en ruimtelijke ordening, informeert over de praktijk en biedt een platform voor debat binnen de vakgemeenschap. S+RO verschijnt 6x per jaar. Wilt u zich over het vak laten informeren en inspireren? Lees dan S+RO.

Tijdschrift voor de Volkshuisvesting
Het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting is een onafhankelijk, interdisciplinair en actueel vaktijdschrift voor allen die betrokken zijn bij volkshuisvesting in de brede zin van het woord. Het tijdschrift volgt actuele thema's en ontwikkelingen binnen de vakwereld van bouwen en wonen. Tijdschrift voor de Volkshuisvesting verschijnt 6x per jaar. Laat u informeren en inspireren voor het vakdebat en blijf op de hoogte van wat er speelt binnen deze vakgebieden. Word abonnee en lees mee.

Nova Terra
Het derde tijdschrift is Nova Terra. Een onafhankelijk blad over innovatief ruimtegebruik en aanverwante zaken. Nova Terra werd tot 2006 gefinancieerd door Habiforum. In 2007 en 2008 wordt het tijdschrift door de uitgever Nirov voortgezet in de vorm van een supplementsformat. Nova Terra verschijnt als incidentele uitgave in opdracht van derden, met een onafhankelijke redactievoering. Nova Terra wordt gratis verspreid onder de lezers van S+RO.


Tijdschriften
 TVV 1-2010

Tijdschrift voor de Volkshuisvesting in een nieuw jasje!

Een grotere diversiteit aan artikelen en een eigentijdse vormgeving. Dat zijn de belangrijkste veranderingen aan het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting, dat nu verschijnt. De grotere diversiteit aan artikelen zit onder meer in de column met als thema ‘volkshuisvesting anno 2010’ van steeds wisselende columnisten en de reportage of interview over een actuele kwestie op het gebied van bouwen en wonen. Daarnaast brengt de fotorubriek Hoe woont Nederland in beeld hoe verschillend dat wonen kan zijn. Gebleven zijn de degelijke artikelen waar het tijdschrift z’n naam en faam aan ontleent. Daarnaast springt de andere vormgeving van het tijdschrift in het oog: strakker, meer aandacht voor beeld en vooral toegankelijker. Want uitgever Nirov wil met het vernieuwde tijdschrift ook meer lezers bereiken en nieuwe abonnees aantrekken. Gerichte acties zullen de verschillende doelgroepen hierop attenderen.

Inhoudsopgave:

05  Voorwoord (te downloaden)
      Redactioneel 
      Marja Elsinga

06  Reportage (te downloaden)
      Hoe verkoop je een huis?
      Eric Harms

11  Column
      Vechten, verliezen of innoveren?
      Jaap de Gruijter                         

 20  Achtergrond
       Anders omgaan met krimp
       Co Poulus en Anne-Jo Visser

 26  De mening van 
       Mijn buurjongen…
       Fulco Treffers               

42  Fotorubriek 
      Hoe woont Nederland?
      De Mammoet

53  Onderzoeksdosssier
      Verdichting heeft een grens
      Van Dam, De Groot & Crommentuijn


Nu tijdelijk 50% korting op een abonnement!
Met ingang van dit jaar is Tijdschrift voor de Volkshuisvesting vernieuwd. Speciaal hiervoor hebben wij het extra aantrekkelijk voor u gemaakt om een abonnement af te sluiten. Tijdelijk ontvangen nieuwe abonnees 50% korting op het abonnementsgeld. U betaalt nu slechts € 37,50 (excl. 6% btw) voor de hele jaargang 2010. Tevens ontvangt u een kado naar keuze, zolang de voorraad strekt.

Ga snel naar www.nirov.nl/abonnement2010 voor de voorwaarden en voor het afsluiten van een abonnement op één van onze vaktijdschriften.

 S&RO 6-2009
De stedelijke regio hoort steeds duidelijker bij de stedenbouwkundige ontwerppraktijk. Door de opkomst van de netwerkstad en schaalvergroting van ruimtelijke processen is een interessante en veelvormige praktijk van regionaal ontwerp geëvolueerd. Opvallend is dat de evolutie van het regionaal ontwerp plaatsvond in een bestuurlijk vacuüm. Toch is het ook juist diezelfde (bestuurlijke) onbepaaldheid die ervoor heeft gezorgd dat het onorthodoxe instrument van het regionaal ontwerp is uitgegroeid tot een proeftuin voor ontwerpend onderzoek en innovatieve conceptontwikkeling.
 TVV 6-2009
Een herhaling van de crisis op de woningmarkt zoals begin jaren tachtig, kan zo weer gebeuren. Dat stelt onderzoeker Maartje Martens in het artikel getiteld ‘De implosie van een woningmarkt’ in het laatste nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Haarfijn zet ze uiteen wat er momenteel gaande is op de woningmarkt. ‘Wanneer het vertrouwen in de woningmarkt is hersteld en hypotheekfinanciering weer ruim beschikbaar is, zullen we met relatief gemak uit deze door de kredietcrisis veroorzaakte dip geraken. Tenminste, dat denken we.’ Ook interessant: loting wordt steeds vaker gebruikt voor het verdelen van sociale huurwoningen. Wat blijkt: bij loting hebben meer woningzoekenden kans op een woning. 
 S&RO 5/2009: Zachte stad

Naast de 'harde stad' van architecten en stedenbouwkundigen, de stad zoals deze wordt bedacht, ontworpen, gebouwd, gereguleerd en beheerd, is er een 'zachte stad' van gebruik en betekenis. Het idee van de zachte stad is gebaseerd op de gedachte dat architectuur niet ophoudt bij de oplevering van een gebouw, straat of plein. Eenmaal opgeleverd is het aan de gebruikers om de geplande ruimte te transformeren tot cultureel domein, er bezit van te nemen en persoonlijke en sociale betekenissen aan toe te kennen.

 TVV 5, 2009
De gevolgen van de kredietcrisis zullen nog jaren voortduren, zo schrijft Hugo Priemus in het nieuwste Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Op basis van bevindingen van Amerikaanse onderzoekers en het IMF concludeert Priemus dat de kans ‘levensgroot’ is dat ook in Nederland bijvoorbeeld de neergang op de vastgoedmarkt hevig zal zijn en jaren zal duren. Daarnaast in dit nummer onder meer aandacht voor het belang van internet voor corporaties, de Bijmermonitor voor stedelijke vernieuwing en voor de nieuwste voorstellen van minister Van der Laan. Volgens  Leks Verzijlbergh blijft de sector met deze voorstellen hangen tussen het private en publieke domein.
 TVV 4, 2009

Kun je de woningmarkt in beweging krijgen in een tijd als deze? Ja, staat te lezen in het nieuwe nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Door middel van een interventiefonds waarmee je de bouwproductie garandeert. Geef een ontwikkelaar een afnamegarantie, zodat zijn afzetrisico nihil is en hij zijn projectfinanciering kan regelen. Een andere mogelijkheid is het verhogen van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG), zoals inmiddels is gebeurd. Maar waarom werkt dat? “Het neemt in de huidige woningmarkt de onzekerheid en angst bij woningkopers en banken weg en grijpt zo direct in op de oorzaak van de wegvallende vraag naar woningen.” Verder in het tijdschrift: waarom ouderen tevredener over hun buurt zijn dan jongeren en waarom migranten het liefst in een gemengde wijk wonen.

 S&RO 4/2009: Park
In de moderne stedenbouw wordt groen vaak gezien als tegenhanger van gebouwde omgeving. De traditie uit de negentiende- en begin twintigste eeuw, waarbij het stadspark de stedeling moest wegvoeren uit de druk van het dagelijks leven, lijkt de afgelopen decennia in het slop te zijn geraakt. Hedendaagse parken zijn volop in beweging en drukken vooral stedelijke identiteit uit. Die heropleving van het stadspark gaat uit van kwaliteit, heeft aandacht voor maatschappelijke vraagstukken en een diverse groep gebruikers. Een nieuwe visie op het stadsgroen is daarom noodzakelijk.
 Nova Terra Speciale Editie juli 2009
Wat is er nodig om 10.500 atleten, 5.500 begeleiders, 3.000 officials, 35.000 vertegenwoordigers van de media, 45.000 vrijwilligers en vooral 4 tot 6 miljoen toeschouwers op te vangen en te begeleiden? Kortom, wat moet Nederland in huis hebben wil het de Olympische Spelen in 2028 kunnen huisvesten en welke ruimtelijke implicaties heeft dit? In een speciaal themanummer van Nova Terra wordt belicht hoe de Spelen uitgegroeid zijn tot een mega evenement, welke lessen er te leren zijn van Londen en vooral: waar moeten de Spelen plaatsvinden? In de Randstad? In het rivierengebied? Of toch in Amsterdam, precies honderd jaar na de Spelen van 1928. “Als we in staat zijn Nederland op Olympisch Niveau te brengen dan zet ons land een grote stap voorwaarts en zijn we in staat ons als Europees topland te profileren,” zegt Erica Terpstra in het voorwoord.
 S&RO 3, 2009
S&RO 3/2009 onderzoekt de nieuwe relatie tussen infrastructuur en ruimtelijke ordening. De bereikbaarheid van stedelijke regio’s wordt steeds meer bepaald door ketens van modaliteiten (auto, trein, tram, bus, fiets). Werd parkeren bij stations tien jaar geleden mondjesmaat gefaciliteerd, inmiddels is de koppeling van het autosysteem op het openbaarvervoersysteem mainstream-gedachtegoed. Onder welke condities is een meer integrale benadering van mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling mogelijk? En wat zijn de effecten voor de planningsaanpak?
 TVV3, 2009
"Een van de kernproblemen van de woningmarkt is toch de hypotheekfinanciering," zegt Johan Conijn, bijzonder hoogleraar Woningmarkt. "Je hoort van makelaars in toenemende mate dat die stagneert. Terwijl hypotheken wel de brandstof zijn van de woningmarkt. Naarmate de banken in het verstrekken daarvan steeds terughoudender worden, komen er steeds minder transacties tot stand. En uiteindelijk gaat de markt daar kapot aan."

Maar ook aandacht voor Koopgarant - wat schiet je op met de keuze tussen kopen en huren - en de betrouwbaarheid van woonbehoefteonderzoek: doen mensen echt niet wat ze zeggen?

 S&RO 2, 2009
S&RO 2/2009 beschrijft de verschillende facetten van de zee en de kust. De zee is steeds minder terra incognita, bron van angst en dreiging, maar krijgt een eigen intrinsieke waarde toegekend. We willen de zee niet langer buiten houden, afschermen en bedijken. Inmiddels zien we de zee en de kust als kraamkamer van leven en bron van inkomsten. De zee is een generator voor onze gezondheid: als bron van vertier en vermaak, en – diametraal daartegenover – voor rust en retraite.
 TVV2, 2009
Eigenwoningbezit is in de eerste plaats een middel om een dak boven je hoofd te hebben en niet een bron van financiële zekerheid als alternatief voor overheidsuitgaven aan sociale zekerheid. Dat is een van de lessen van de financiële crisis in Azië tien jaar geleden, die nu ook voor Nederland opgaat. Het lijkt er steeds meer op dat degenen die zich aan de marge van de woningmarkt bevinden er verstandiger aan doen te huren dan zo snel mogelijk de markt op te gaan. Net als in Azië is het tijdperk van geloof in vastgoed als een object dat alleen maar in waarde stijgt, met als gevolg een snelle toename van het eigen woningbezit, ten einde. Zulke tijdperken zijn er al eerder geweest en in de jaren tachtig is in Nederland wel gebleken dat huizenkopers en beleidsmakers kort van memorie zijn.
 S&RO 1, 2009
S&RO 1/2009 staat in het teken van verandering. Met een knipoog naar Obama’s ‘a change is gonna come’ worden zes aansprekende transformatiegebieden, verspreid over Nederland, besproken. Geen staalkaart, maar wel representatief voor dé uitdaging van deze tijd: de herovering van de Nederlandse stad. Er zijn in Nederland veel aansprekende voorbeelden van transformatie. Gebieden met complexe problemen, maar ook prachtige ambities, aansprekende innovaties en ingewikkelde grondexploitaties. Gebieden die met veel kosten, zweet en tranen worden teruggegeven aan de stad.
 TVV 1, 2009
Dat in een gezamenlijk document expliciet wordt verwoord dat de corporaties (ook) het publiek belang dienen en dat derhalve voldoende grond voor een publiekrechtelijk gefundeerd toezicht bestaat, dat is winst van het rapport van de Stuurgroep Meijerink. Het instituut corporatie komt echter niet ten principale aan de orde, aldus Jan van der Schaar in zijn analyse. Het debat over de kritiek dat corporaties te zeer in de luwte werken en te veel op autonomie zijn gericht, wordt met ‘Meijerink’ niet beëindigd.
 TVV 6, 2008
Het verheffen en verbinden van mensen zijn twee kernfuncties van de verzorgingsstaat en zijn samen te vatten als ‘empowerment’. Maar hoe kun je mensen ‘wapenen’ en activeren vanuit het huisvestingsbeleid? Wat de rollen zijn van de buurt, de wijk en de stad, en hoe kan de rijksoverheid daarbij faciliteren? Vier auteurs geven hun visie hierover in nummer 6 van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. “Het altijd gaat om de juiste balans tussen paternalisme en zelfsturing. Empowerment vraagt subtiliteit,” zegt Radboud Engbersen. Iedere wijk/buurt moet een positief fysiek herkenningspunt hebben dat kan bijdragen aan de cohesie in een buurt, is de stelling van Cock Hazeu. Volgens Arjen Zandstra hebben we in Nederland een woonbeleid dat zich meer richt op het organiseren van solidariteit tussen groepen dan op het bevorderen van de keuzemogelijkheden van individuen. “Corporaties zijn dan wel niet verantwoordelijk voor de wijken, ze kunnen wel zelfstandig besluiten dat zij proberen partijen bij elkaar te brengen om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken,” aldus Lenny Vulperhorst.
 S&RO 6, 2008
We zijn dit jaar een drempel overgegaan in de wereldgeschiedenis: voor het eerst leeft de helft van de mensheid in stedelijke agglomeraties. In de urban age blijven steden groeien. Ondertussen neemt op het wereldtoneel van de global cities de polarisatie toe. In reactie daarop worden nieuwe, metropolitane strategieën ontwikkeld: langetermijnplannen om groei te faciliteren en problemen als congestie en sociale en etnische polarisatie te adresseren. Hoe zien de leefbare, aantrekkelijke, goed functionerende, duurzame metropolen van de eenentwintigste eeuw er uit en op welke manier kan ruimtelijke planning bijdragen aan het realiseren van deze ideaalbeelden? S&RO 6/2008 geeft antwoord.
 S&RO 5, 2008
Stations zijn integraal onderdeel van de stad. Vernieuwing van station en stationsomgeving wordt vanuit een breder omgevingsperspectief aangepakt. Daarmee is het station niet langer alleen een halte voor openbaar vervoer, maar verworden tot generator van stedelijkheid. Het station wordt steeds meer gezien als ‘reizigersmachine’ en kristallisatiepunt van economische activiteiten. In het thema van S&RO 5/2008 wordt vanuit verschillende invalshoeken (architectuur, stedenbouw, procesmanagement, publiek-private samenwerking, beleving van tijd en ruimte) gereflecteerd op de herontwikkeling van stationslocaties. Daarmee wordt niet enkel een stand van zaken opgemaakt, maar ook dieper ingegaan op het slagen en/of falen van de ambitieuze ruimtelijke doelstellingen voor deze locaties.
 TVV 5, 2008
Wijkidentiteit en branding worden steeds vaker ingezet als instrumenten bij de herstructurering of herontwikkeling van wijken. Branding wordt gebruikt om de identiteit van een wijk neer te zetten, nieuwe bewoners en investeerders aan te trekken en een gevoel van trots en saamhorigheid bij bewoners teweeg te brengen. Uit onderzoek in het Witte de Withkwartier in Rotterdam blijkt echter dat bewoners merkbeleving heel anders kunnen beleven dan deze bedoeld is. De opzet was een nieuwe identiteit tot stand te brengen door ‘kunst en cultuur’ centraal te stellen in de wijk. Door het aantrekken van geschikte ondernemers en bescheiden brandingactiviteiten is geprobeerd deze nieuwe identiteit te creëren. Voor een deel is dit ook gelukt. De wijk wordt geassocieerd met kunst en cultuur. De belangrijkste associatie voor bewoners en ondernemers is echter ‘gezelligheid’. Ook wordt de wijk geassocieerd met horeca. En dat is niet zo gek met het grote aantal horecagelegenheden in het Witte de Withkwartier.
 TVV 4, 2008
Er zijn aanzienlijke etnische verschillen in eigenwoningbezit. Ook uit de jongste gegevens blijkt dit weer. Vooral Marokkanen zijn maar zelden huiseigenaar. De etnische verschillen blijven overeind na correctie voor inkomen, opleidingsniveau, huishoudenssamenstelling en leeftijd en worden niet alleen gevonden voor de feitelijke, maar ook voor de gewenste eigendomssituatie.
Wat cijfers: het eigenwoningbezit is vooral onder Surinamers en Turken de afgelopen jaren snel gegroeid: onder Surinamers van 15 naar 27 procent tussen 1994 en 2002, onder Turken van 7 naar 20 procent, onder Marokkanen van 4 naar 8 procent, onder autochtonen van 48 naar 56 procent. Bij Turken en Marokkanen is er ook in gewenste eigendomssituatie een aanzienlijk verschil met autochtonen. Gezien de omvang van dit verschil, en ook die van het verschil tussen Turken en Marokkanen onderling, is het zeer onwaarschijnlijk dat dit volledig wordt veroorzaakt door het anticiperen op discriminatie. Er moeten dus haast wel etnische verschillen in woonvoorkeuren zijn.
 S&RO 4, 2008
Niet iedereen snapt waarom planologen, stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten vakmatig verwonderd, en bij vlagen verbijsterd, na vakantie terug naar huis keren. De schoonheid van het Toscaanse landschap kan ook de niet-vakgenoot nog wel zien, maar waarom omgereden voor die volautomatische tram in Lille? Moest de magnetische schoonheid van het Guggenheimmuseum in de binnenstad van Bilbao nu echt van alle kanten op de foto? Waarom ergerde u zich zo aan de ruimteverkwisting bij de grootschalige detailhandel in het buitengebied? Uw gezin vond die hypercoop met zestig kassa’s toch superhandig? De wisselwerking tussen ruimte en vakantie staat centraal in het thema van S&RO 4/2008. Uiteenlopende bijdragen dienen als referentiekader voor uw eigen beroepsgedeformeerde vakantie-ervaringen.
 S&RO 3, 2008
Het is opmerkelijk dat we grenzen al enkele eeuwen vrijwel automatisch opvatten als staatsgrenzen en verbeelden met lijnen. Dat statische beeld wordt nog steeds werktuiglijk geïnternaliseerd in onze planningspraktijken en ruimtelijkeordeningsvraagstukken. We trappen nog steeds in de val van het denken in-, en ruimtelijk ordenen aan de hand van territoriale staten. Daarmee gaat een potentieel rijke verbeeldingskracht en interpretatieruimte voor de ruimtelijke ordening en de mogelijke constructie van transnationale grenslandschappen verloren. S&RO 3/2008 onderzoekt hoe een begin gemaakt kan worden met het nadenken over een ruimtelijke ordening van grenzen die meer recht doet aan de concrete grenspraktijken, of juist ruimte biedt aan nieuwe transnationale potenties.
 TVV 3, 2008
Tien jaar geleden werd de aanzet gegeven om particulier opdrachtgeverschap (PO) in de woningbouw te stimuleren. Het geeft de woonconsument meer zeggenschap bij het ontwerpen en laten bouwen van de eigen woning. Het doel - een derde van de nieuwbouw PO vanaf 2005 tot 2010 - blijkt echter bij lange na niet gehaald. Sinds het rijksbeleid PO wil stimuleren, loopt het aandeel PO terug. Naar de oorzaken van deze vrij negatieve beleidsresultaten blijft het nog in hoge mate gissen en blijft het rijk zelf ook vrij stil. Te weinig vrije kavels waren en zijn een grote belemmering voor meer PO, vooral in stedelijke regio’s. Het aanbod van vrije kavels is vanouds gericht op het dure segment van vrijstaande woningen op grotere kavels. In woningmarkten van veel stedelijke regio’s doet de krapte nog een schep bovenop de grondprijzen. Vooral daar gaat het geringe aanbod aan vrije kavels gelijk op met hoge grondprijsniveaus.
 S&RO 2, 2008
Beelden en symbolen maken onlosmakelijk deel uit van het leven in de stad. De toenemende aanwezigheid van audiovisuele media in de stedelijke ruimte wijst ons op de hyperaudiovisuele ervaring van de hedendaagse stad. Die symbolische verbeelding van de stad wordt wel eens afgedaan als zweverig, als iets waar vooral kunstenaars en intellectuelen zich mee bezighouden. Maar verhalen, beelden, symbolen en discoursen maken een stad ook. Zij zijn onvermijdelijk onderdeel van de politieke strijd om publieke ruimte. S&RO 2/2008 laat zien welke betekenissen en ideeën over de inrichting van de stedelijke ruimte in beelden worden uitgedrukt. En geeft antwoord op de vraag hoe de door professionals geproduceerde beelden en symbolen zich verhouden tot de alledaagse stedelijke ruimte.
 TVV 2, 2008
Het woonbeleid van Amsterdam in de komende jaren kenmerkt zich door veel nieuwbouw en een grondige transformatie van de woningmarkt. Het wil zo mensen die wooncarrière willen maken voor de stad behouden, potentiële vertrekkers aan zich binden en de stad toegankelijker maken voor starters.
 S&RO 1, 2008
Sinds enige tijd staat het Nederlandse cultuurlandschap weer volop in de belangstelling. Zowel bij het brede publiek, bestuurders en politici als in de vakwereld van stedenbouwkundigen en planologen is er aandacht voor landschap en landschappelijke kwaliteit. Het typisch Nederlandse (of preciezer: Hollandse) landschap van dijken, polders en sloten veranderd op sommige plekken in een hyperreële wereld van golfbanen, skischansen en struisvogels. Hoewel het landschap in veel beleidsnota''s als collectief goed wordt aangemerkt, is het de afgelopen decennia door processen van democratisering en bestuurlijke decentralisatie steeds minder de resultante van een collectief project. Wat is nu eigenlijk nog de betekenis, reikwijdte en draagkracht van het landschapsbegrip in de hedendaagse ruimtelijke ordening?
 TVV 1, 2008
De hervormingen in de volkshuisvesting die halverwege de jaren negentig zijn doorgevoerd, zijn een groot succes. Tenminste wel als je ze afmeet tegen de destijds geformuleerde doelstellingen. Door de bruteringsoperatie en verzelfstandiging zijn de overheidsuitgaven sterk afgenomen en van centrale sturing is nauwelijks meer sprake. Toch is de overheid niet tevreden en is er kritiek op de woningcorporaties. Hierdoor zijn veel corporaties gefrustreerd en denken sommige aan privatiseren. Maarten Veraart schetst in het nieuwste nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting de (on)mogelijkheden van opting out in de volkshuisvestingssector. Dit doet hij aan de hand van een analyse van het huidige sturingsmodel en ervaringen met privatisering in andere sectoren. Daarnaast in dit nummer onder meer aandacht voor de dubbelrol van gemeenten op de grondmarkt, de huisvestingsproblemen en het economisch belang van arbeidsmigranten en de resultaten van de herstructurering in de Rotterdamse wijk Hoogvliet.
 Nova Terra Special 1, 2008
”˜Ga nou eens op de lange termijn zitten.' Deze woorden komen van voormalig Eerste-Kamerlid Wolter Lemstra. De Startnotitie Randstad 2040 is het eerste antwoord van het kabinet en vormt de opmaat voor enkele maanden van discussie, onderzoek en ontwerp. Deze editie van Nova Terra is een stevige inhoudelijke bijdrage aan deze ronde.
Voor de rechtgeaarde vakgenoot is 2040 weliswaar ver weg maar een inspirerend punt op de horizon. Waar zelfs een omzetting van bedrijventerrein naar woon-werklocatie als gauw tien jaar in beslag neemt is 2020 – de officiële planhorizon van de Nota Ruimte – al akelig dichtbij. Enkele decennia verder kijken geeft ruimte om zaken structureler te benaderen. En daar is genoeg aanleiding voor. Denk maar eens aan de toekomst van Schiphol of de ruimtelijke aanpassing aan klimaatverandering.
 S&RO 6, 2007
Ruimte voor consumptie houdt de planologische gemoederen al decennialang bezig. Door de jaren heen is de traditionele hiërarchische indeling van de distributieplanologie voor winkels en voorzieningen vervangen door een meer functionele indeling. Toch lijkt die indeling steeds minder te voldoen. Nu het rijk haar beleid voor perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen heeft losgelaten, lijkt er meer ruimte voor initiatieven vanuit de markt te komen. Grootschalige retail- en leisureformules en de verschuivingen in het locatiepatroon van leisure en retail kunnen aanzienlijke ruimtelijke consequenties hebben. S&RO 6/2007 brengt die consequenties in beeld.
 TVV 6, 2007
Het lijkt soms alsof de wijkenaanpak het complete debat over bouwen en wonen overheerst. Inderdaad weten de massamedia het wijkennieuws te vinden en is minister Vogelaar door haar veertigwijkenaanpak een van de bekendste ministers in het kabinet. Maar eigenlijk is de wijkenaanpak niets anders dan een concrete vertaalslag van tal van volkshuisvestingsdossiers. De redactie van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting vond het hoog tijd worden om een aantal van deze dossiers uit te lichten. Zo gaat Jan van der Schaar in een mooi en gedegen artikel in op het huurbeleid en de maatschappelijke gevolgen die keuzes hierin hebben. Carlinde Adriaanse neemt het sociale klimaat van buurten onder de loep aan de hand van de a-typische wijk Buitenveldert in Amsterdam. Na lezing van dit nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting kunt u beter gefundeerd uw gedachten laten gaan over de wijkenaanpak.
 S&RO 5, 2007
Het rationele ritme van de dag stond lange tijd in schril contrast met het ritme van de nacht. Met de opkomst van de vierentwintiguurseconomie wordt de scheiding tussen dag en nacht echter steeds minder strikt. We moeten de nacht dan ook niet langer beschouwen als een soort van Groene Hart in de tijd. Maar eerder als een wezenlijk onderdeel van het dagelijkse leven. Dat met allerlei creatieve, culturele, sociale, economische en technologische toepassingen een volwaardig onderdeel van de publieke ruimte in de stad kan worden. De nacht als een nieuw soort te ontwikkelen achterland, het is een belangrijke opgave voor de ruimtelijk onderzoekers en ontwerpers van vandaag. Zeker nu de focus van het ruimtelijke debat is verschoven naar dat van de duurzame leefomgeving.
 TVV 5, 2007
Hoe meer de politiek het laat afweten, hoe eensgezinder het maatschappelijk middenveld. Afgaande op de steun voor het VROM-raadsadvies over de woningmarkt zou je deze stelling kunnen verdedigen. In ''Tijd voor keuzes, perspectief op een woningmarkt in balans'' wordt de noodklok geluid over de woningmarkt. Hij zit vast en gaat steeds vaster zitten. Hoe langer deze situatie blijft voortduren, hoe groter de schade die wordt aangericht, zowel binnen als buiten de vastgoedsector. De VROM-raad doet concrete voorstellen om uit het moeras te komen. Woonbond, IVBN (de organisatie van vastgoedbeleggers) en Vereniging Eigen Huis onderschrijven de hoofdlijnen van het advies van harte. Het VROM-raadsadvies en de reacties daarop worden belicht in het nieuwste nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Daarnaast onder meer aandacht voor het (schijn?)akkoord tussen minister Vogelaar en Aedes, schokkend gebrek aan gemeentelijke visie op de probleemwijken en woningtellingen die niet blijken te kloppen (maar die wel in diverse onderzoeken worden gebruikt).
 Nova Terra Special 3, 2007
Hoewel Europese steden op allerlei fronten van elkaar verschillen en daarmee de problematiek, hebben ze toch ook dingen met elkaar gemeen. Wat betreft mobiliteit is vrijwel overal dezelfde problematiek waarneembaar: capaciteits- en milieukwesties. Het Europese onderzoeksproject Connected Cities brengt de diverse ervaringen bij elkaar en deelt de kennis. Nova Terra, het tijdschrift over vernieuwend ruimtegebruik heeft hier een speciaal, Engelstalig themanummer aan gewijd, alweer het vierde in een reeks. In dit nummer is speciale aandacht voor de immense vervoersproblematiek in Zuidoost-Engeland.
 S&RO 4, 2007
Noord-Nederland heeft al jarenlang het gevoel er een beetje bij te hangen. Ondanks vele structuurversterkende maatregelen, plannen voor snellere verbindingen met het Westen en verschillende ruimtelijke projecten, blijven de provincies Groningen, Friesland en Drenthe het idee hebben achter te lopen op de rest van Nederland. Maar waarom eigenlijk? Het Noorden heeft voldoende eigen kwaliteiten, die de decennialange pogingen een kopie van de Randstad te willen worden onnodig maken. S&RO 4/2007 laat zien hoe Noord-Nederland op uiteenlopende terreinen uit kan gaan van de eigen kracht.
 TVV 4, 2007
Het zal altijd wel lastig blijven om goede regels op te stellen voor hybride organisaties als corporaties. Enerzijds dienen ze het publieke belang, anderzijds opereren ze in een omgeving waar de wetten van de markt gelden. Europese regelgeving omtrent mededinging maakt het nog complexer. Beleggerskoepel IVBN heeft onlangs een klacht ingediend bij de Europese Commissie over oneigenlijke staatssteun die corporaties zouden ontvangen.
Hugo Priemus gaat in het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting uitgebreid in op deze klacht. Ook rond de krachtig ter hand genomen wijkenbenadering cirkelen wezensvragen. Waar draagt de wijkaanpak nu aan bij en is het wel de meest effectieve manier om problemen aan te pakken? Ook de keuze van de veertig wijken van minister Vogelaar staat ter discussie. Sako Musterd, Wim Ostendorf en Wouter van Gent tonen met gedegen onderzoek aan dat de ''objectieve'' criteria niet tot de meest effectieve keuze hebben geleid.
 S&RO 3, 2007
In de architectuur, stedenbouw en planologie is een hernieuwde belangstelling ontstaan voor het alledaagse leven. Het gebruik van de omgeving en de betekenissen die aan de ruimte worden toegekend staan daarbij centraal. Toch is het alledaagse een tamelijk ongrijpbaar begrip dat zich moeilijk laat plannen en ontwerpen. Stedenbouw en planologie moeten daarom meer rekening houden met de pluriforme en veranderlijke praktijken van alledag.
 TVV 3, 2007
Een wijk als merk zien, het lijkt niet de meest voor de hand liggende kijk. En kun je er bijvoorbeeld een beslissing over sloop of renovatie op baseren? In het nieuwste nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting wordt aan de hand van de Haagse wijk Mariahoeve aangetoond dat dit mogelijk en zinvol is. Met ''wijk-branding'' komen de kwaliteiten en eigenaardigheden scherper in beeld. Daarnaast wordt in het tijdschrift een wetenschappelijke studie toegelicht over de kloof tussen verhuizen en de verhuiswens. Soms geven mensen aan te willen verhuizen en doen ze het niet en vice versa. Doordat deze verschillen buiten beeld blijven bij de meeste woononderzoeken, leidt dat uiteindelijk tot onderschatting van de vraag naar goedkope woningen en zorgwoningen.
 Nova Terra Special 2, 2007
Binnenstedelijk bouwen is bijna een vanzelfsprekend beleidsdoel. Het spaart open ruimte, houdt steden vitaal, beperkt mobiliteit en maakt openbaar vervoer rendabel. Maar er verschijnen wolken aan de beleidshemel. Uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse van VROM en Financiën blijkt dat binnenstedelijk bouwen een moeilijke tijd tegemoet gaat. Voornaamste reden is dat de ''makkelijke'' ontwikkelingslocaties opraken. De kosten wegen bij de moeilijke locaties niet meer op tegen de (maatschappelijke) opbrengsten. Dit is echter niet de ervaring van veel mensen (procesdeskundigen, ontwerpers, ontwikkelaars) uit de praktijk. Zij zien juist volop mogelijkheden. Het wordt dus tijd dat deze goede praktijken worden gedeeld met de vakwereld. Nova Terra faciliteert dit in een special die in samenwerking met VROM is gemaakt. Het nummer verschijnt op 26 mei en wordt beschikbaar gesteld aan de deelnemer van een groot congres over binnenstedelijk bouwen op 31 mei.
 S&RO 2, 2007
De opwarming van de aarde heeft grote invloed op de voorwaarden waaronder in Nederland ruimtelijke ordening en stedenbouw wordt bedreven. Welke invloed dat zal zijn, en hoe, is slechts bij benadering te voorzien. Duidelijk is wel dat er méér nodig is dan alleen een betere rivier- en kustbeheersing. De klimaatverandering is een mondiaal verschijnsel waarvan de schokken mondiaal doorwerken via de wereldomspannende netwerkeconomie. S&RO 2/2007 laat zien hoe.
 TVV 2, 2007
De wijkaanpak staat in de belangstelling als nooit tevoren. Minster Vogelaar van Wonen en Integratie heeft veertig wijken aangewezen die op speciale aandacht kunnen rekenen. Het nieuws was nog niet uit of er werden al kanttekeningen geplaatst bij de keuzecriteria. In het nieuwe nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting wordt uitgebreid aandacht besteed aan het beleid van het kabinet Balkenende 4 (geanalyseerd door Hugo Priemus) en de wijkaanpak. Hoe moet je het niet doen en hoe juist wel? Wanneer gaat het mis en wanneer gaat het goed?
 S&RO 1, 2007
Het Nederlandse zorglandschap ondergaat een landverschuiving. De voorheen buiten de stad gelegen terreinen voor gehandicapten en psychiatrische instellingen, verliezen hun oorspronkelijke bewoners. Omgekeerd vinden veel functies die we normaal in het ziekenhuis vinden, hun weg naar de buitenwijken. De toegenomen marktwerking bepaalt ook in de zorgsector het aanbod. Dat leidt tot nieuwe concepten, coalities en een ontwerpopgave. Dit eerste nummer van S&RO brengt de ruimtelijke consequenties daarvan in beeld.
 TVV 1, 2007
Op 15 februari ging het Amsterdamse Bos en Lommerplein na driekwart jaar weer open voor winkeliers en marktlieden. Zwaktes in de bouwconstructie zijn volledig hersteld. Is het daarmee einde verhaal en kunnen we rustig gaan slapen? Helaas niet, zo constateert Hugo Priemus in een artikel. Kijkend naar het bouwproces en de vergunningverlening is de kans groot dat op andere plekken ook onvolkomenheden aan het licht zullen komen. Priemus doet een aantal aanbevelingen om herhaling te voorkomen. Met aandacht voor het meten van maatschappelijke prestaties van woningcorporaties en een doorwrocht artikel over de toegenomen samenhang tussen de marktprijs en de WOZ-waarde van woningen.
 Nova Terra Special 1, 2007
Onlangs verscheen weer een nieuw, Engelstalig nummer van Nova Terra. In dit nummer vormt het EU-programma Connected Cities de rode draad. Dit programma is gericht op duurzame mobiliteit in stedelijke gebieden. Welke problematiek speelt er in diverse Europese steden en vooral: welke oplossingen zijn er al voorhanden, wat kunnen we van elkaar leren? Als Nederlands voorbeeld wordt het project Stedenbaan in Zuid-Holland uit de doeken gedaan. Daarnaast onder bijdragen over de hogesnelheidstrein in Noordwest-Europa, light rail in (gidsland) Frankrijk en een strategie voor mobiliteit en stedelijke ontwikkeling in Duitsland.
 TVV 6, 2006
Recentelijk mag de volkshuisvesting zich verheugen in een bovengemiddelde belangstelling van economen. Met name de vraag waarom de woningmarkt niet naar behoren functioneert (en wat daaraan te doen valt), is onderwerp van analyse. Zo''n blik ''van buiten'' werkt verfrissend maar behoeft ook nadere duiding van de vakgemeenschap. In het zojuist verschenen nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting komen de professionals uitgebreid aan het woord, onder de noemer ''naar een volwassen woningmarkt''. De Nirov discussiedagen Bouwen en Wonen vormden de onderlegger voor dit themanummer. De meest geschikte papers die voor de discussiedagen werden geschreven, zijn in bewerkte vorm gepubliceerd. Het geheel levert een mooi overzicht op van de huidige discussie over deze actuele kwestie.
 Nova Terra 4, 2006
In dit nummer is ruime aandacht voor het verschijnsel van ''growth engines'' grote ruimtelijk-economische clusters die als een groeimotor voor een stad of stadsregio fungeren. Te denken valt aan universiteiten, ziekenhuizen en scholen. Growth engines spelen een cruciale rol in het aantrekken van een kansrijke beroepsbevolking, door Richard Florida aangeduid als ''creative class''. Om dit effect optimaal uit te buiten, is het zaak goed na te denken hoe de growth engines precies in te passen in de stad. In Nova Terra wordt dit uit de doeken gedaan middels enkele theoretisch getinte artikelen en casuëstiek.
 S&RO 6, 2006
Het gebrekkige aanpassingsvermogen is een terugkerend probleem in de Nederlandse ruimtelijke ordening. Dit is des te urgenter nu de dynamische maatschappij en de toenemende internationale concurrentie een haast voortdurende verandering van stedelijke gebieden vragen. In Japan hebben ze daar al aardig wat ervaring mee. Het meest in het oog springend is de flexibiliteit van de Japanse stad Tokio, die na twee ingrijpende aardbevingen weer is opgebouwd. Wat kan Nederland van deze stad leren? Deze vraag staat centraal in het zesde nummer van S&RO.
 TVV 5, 2006
Een afgetreden minister, een quasi-missionair kabinet, landelijke verkiezingen op til. Van de dossiers huurbeleid en fiscale behandeling van de (koop)woning is het volstrekt onduidelijk welke kant het op zal gaan. De verkiezingsuitslag kan bepalend zijn maar misschien ook niet. En dan nog een woningmarktvisie waarvan aan de houdbaarheidsdatum ernstig wordt getwijfeld. Nee, de woningmarkt bevindt zich niet bepaald in rustig vaarwater. Er moet iets gebeuren maar wat? Om - op papier althans - enige orde in de chaos te scheppen heeft het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting een fors themanummer aan de woningmarkt gewijd. Onder anderen Peter Noordanus, Hugo Priemus, oud-wethouder Duco Stadig en Frank van Loon (Vereniging Eigen Huis) laten hun licht schijnen.
 S&RO 5, 2006
Het tijdperk van de Nederlandse ruimtelijke ordening lijkt ten einde. De nationale beleidsagenda is al een tijdje akelig leeg en op het bovenlokale schaalniveau gebeurt er weinig. Door decentralisering van bevoegdheden is het bestuurlijke en politieke speelveld complexer geworden. Ook burgers zijn mondiger en mobieler. Maar of dit direct betekent dat er van ruimtelijke ordening in Nederland geen sprake meer is, valt te betwijfelen. Want, is die agenda van de Nederlandse ruimtelijke ordening werkelijk zo leeg? Of gloort er een nieuwe toekomst?
 S&RO 4, 2006
In de jaren negentig was er geregeld een opvlammend debat over de positie en toekomst van de stedenbouw. De stedenbouw zou in een crisis verkeren. Van zo’n discussie is de afgelopen jaren nauwelijks sprake meer. Heeft de stedenbouw zich inmiddels hersteld? Hoe is gereageerd op het pluriformere opdrachtgeverschap, de veranderde maatschappelijke context, de concurrentie van andere ontwerpdisciplines en de actualisering van het instrumentarium? In S&RO 4/2006 een verkenning van de stedenbouw aan de hand van het stedelijk project.
 Nova Terra 3, 2006
In dit nummer speciale aandacht voor visionaire studies. Zoals een artikel over de kansen die klimaatverandering biedt voor de ruimtelijke inrichting van het Noorden des lands. En twee artikelen over innovatieve kasconcepten, waarmee de energie-intensieve glastuinbouwsector tientallen procenten op het energieverbruik kan besparen. Daarnaast agenderen oud-wethouder van Amsterdam Duco Stadig en Bouwfonds-directeur Friso de Zeeuw de doorgeslagen regelzucht in Nederland, die een verlammende werking op de ontwikkeling heeft. Zij typeren dit als de nieuwe Pruikentijd.
 TVV 4, 2006
Als de volkshuisvesting een heilligencultus zou kennen, zou wijlen staatssecretaris Ennaeus Heerma daar zeker deel van uitmaken. Hij heeft met de verzelfstandigingsoperatie van woningcorporaties de sector grondig, succesvol en duurzaam hervormd. Zijn Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig is een bewierookt beleidsstuk.Maar nieuwe ontwikkelingen vragen toch om nieuwe oplossingen die Heerma niet kon voorzien. Dit constateert Jan van der Schaar (RIGO/ UvA) in een artikel in het nieuwste nummer van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting. Ook in andere artikelen worden zaken aangeroerd die, buiten het bouwwerk van Heerma om, om een oplossing vragen. Zo is daar het concreet maken van de maatschappelijke doelstelling van corporaties, uiteengezet door George de Kam e.a. Ook is er een internationale vergelijking over het taakveld van corporaties.
 Nova Terra 2, 2006
Het ”˜Nothing changes, really'. Deze slagzin voert een bekende Whiskystoker om zijn drank te associëren met traditie en onveranderbaarheid. Een kaart van de Randstad uit 1927, toen vliegpionier Albert Plesman over West-Nederland vloog en de naam Randstad introduceerde, zou niet misstaan bij deze slogan. Zoveel is er al gerekend, gebouwd, bestuurd, getekend, georganiseerd en vooral gepraat over die stedenconcentratie in het westen van Nederland. Maar of het concept van een stedenring met een open middengebied iets heeft veranderd aan de planologische realiteit, is twijfelachtig.
Zijn de ontwikkelingen in de vleugels nu het begin van een echt metropolitaan bestuur of is het ”˜Nothing changes, really'?
 S&RO 3, 2006
Tussen nu en 2012 komt er in Nederland 32.000 hectare bedrijventerrein bij. Daarnaast ligt er 21.000 hectare te wachten op herstructurering. Dit maakt het bedrijventerrein tot een grote publieke opgave. Publiek, want in Nederland wordt tachtig procent van de bedrijventerreinen ontwikkeld door gemeenten. De opgave ligt echter niet alleen op het vlak van de kwantiteit. Ook de kwaliteit moet omhoog. Hoog tijd dus om het fenomeen breed onder de loep te nemen en in dit derde nummer van S&RO ook op zoek te gaan naar alternatieven. Want bedrijventerreinen zijn zoveel meer: achter de saaiheid, monotoonheid en rommeligheid gaat vaak meer schuil dan men denkt!
 TVV 3, 2006
In dit Tijdschrift voor de Volkshuisvesting aandacht voor de zogeheten ''Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek'', kortweg de Rotterdamwet. Deze wet geeft de gemeente Rotterdam de mogelijkheid om kansarme vestigers te weigeren uit bepaalde wijken. Dit beleid is bepaald niet onomstreden, vooral de effectiviteit staat ter discussie. In het themanummer wordt het onderwerp van diverse kanten belicht. Hugo Priemus laat weinig heel van een advies dat de Raad van Economische Adviseurs (REA) onlangs uitbracht over de woningmarkt. ''Onvolledig, eenzijdig en onvoldragen'', zo typeert Priemus het advies.
 S&RO 2, 2006
Grote publieke werken staan sinds kort in een kwaad daglicht. Veiligheid en economische groei zijn geen steekhoudende argumenten meer om de nadelen van veel publieke werken op de koop toe te nemen. Vooral het lokale en groene verzet laat dit blijken, door het protest tegen de Betuwelijn en de weerstand tegen het project Ruimte voor de Rivier. Maar het is niet alleen het Not In My BackYard-gevoel (NIMBY) dat grote publieke werken dreigt te ondermijnen. Ook de projecten zelf verliezen aan overtuigingskracht. Het tweede nummer van S&RO werpt een blik op enkele grote publieke werken van nu. Wat ging er mis en wat zijn de grand projets van de toekomst?
 Nova Terra 1, 2006
Plan na plan werd vorig jaar door de rechter afgewezen vanwege strijdigheid met eisen rond luchtkwaliteit, met name de concentraties fijn stof. Hoe kon deze ''luchtaanval'' zo plotseling plaatsvinden? En hoe nu verder? Hugo Priemus schetst de gang van zaken in een uitgebreid artikel in de nieuwste Nova Terra.Nader beschouwd zijn de problemen rond luchtkwaliteit niet uniek en we kunnen in de toekomst meer van dergelijke ''veto''s'' verwachten. Het is dus zaak om het dossier luchtkwaliteit - én soortgelijke dossiers - te analyseren en hier een strategie op te baseren. Nova Terra doet hier een aantal voorzetten voor.
Daarnaast is er een beschouwing van Martine Jetske Vledder over de kenmerken en kwaliteiten die een plek moet bezitten om een goede post-moderne ontmoetingsplaats te zijn, een zogeheten ''great place''. Opmerkelijk genoeg heeft de Zuidas het (nog?) niet in zich.
 TVV 2, 2006
Er is weer een nieuw nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting uit. Daarin onder meer een uitgebreide beschouwing over het huurbeleid door Jan van der Schaar (RIGO/ UvA). Na de dynamiek van de laatste tijd is het goed om alles op een rijtje hebben en de zaken van een afstandje te bekijken. Woningcorporaties hebben ook in de toekomst heel wat te kiezen wat betreft het huurbeleid. Ook het grondbeleid komt uitgebreid aan bod. In de nieuwe Grondexploitatiewet zijn heel wat onvolkomenheden uit het verleden weggenomen maar worden er ook weer nieuwe geschapen, zo betogen Walter Vroom en Herman de Wolff. De praktijk van gebiedsontwikkeling zoals die begon in het Spaanse Valencia, wordt naar de nieuwste inzichten vergeleken met de Nederlandse praktijk: welke elementen zouden een verrijking voor Nederland betekenen? En er is nog veel meer te lezen in dit nummer. Bevolkingsdaling, strategisch voorraadbeleid, institutionele beleggers, Te Woon, zijn enkele van de onderwerpen die aan de orde komen.
 S&RO 1, 2006
De afgelopen decennia ontstonden er vele nieuwe verdichtingen in of rondom stedelijke gebieden. Er is grote variatie in de oorsprong van die verdichtingen: economische centra, woongebieden, winkels, leisure, vervoersknooppunten. Kunnen we dit wel als één fenomeen beschouwen? Gaat het om subcentra of om nieuwe volwaardige centra? En wat betekenen ze voor de bestaande binnensteden? Hoe moeten ontwerp en beleid tegen deze nieuwe centra aankijken? Een themanummer met een titel, die de ambivalentie van het onderwerp weergeeft: (sub)centra.
 TVV 1, 2006
Zojuist is weer een nieuw nummer van Tijdschrift voor de Volkshuisvesting verschenen. Een bijzonder nummer dit keer omdat het tijdschrift (ruim) tien jaar bestaat. Op de voorkant zijn oude voorkanten afgebeeld en bij alle artikelen zijn citaten van oude artikelen geplaatst. Die geven vaak een verrassende kijk op de huidige vakdiscussies. Soms denk je: wat is er veel veranderd sinds die tijd en soms denk je: wat is er weinig veranderd sinds die tijd. De in december verschenen Beleidsbrief van minister Dekker over de sociale-huursector komt uitgebreid aan bod in het tijdschrift. En nog een bijdrage over gebedsruimten voor nieuwe migranten in Den Haag met een aantal foto''s. De huisvesting is vaak zeer krap en de bouwkundige kwaliteit ver onder de (Nederlandse) maat.
 S&RO 6, 2005
De Nederlandse wijken krijgen veel aandacht: verhoudingen verharden en met de gemeenschapszin zou het slecht gesteld zijn. Sociale en ruimtelijke problemen als uitsluiting, criminaliteit, activisme, verloedering en een verschaling van voorzieningen, zijn het gevolg. Om die problemen op te lossen proberen verschillende bestuurlijke initiatieven de gemeenschapszin in de Nederlandse probleemwijken te bevorderen, onder andere door ruimtelijke voorstellen voor herinrichting te doen. De discussie over het nut van deze voorstellen blijkt echter normatief en gepolariseerd. Dit themanummer pleit voor een meer neutrale beschouwing die bekijkt welke ruimtelijke ingrepen op lokale schaal wel en niet werken.
 S&RO 5, 2005
Decennialang anti-suburbaan beleid heeft niet kunnen voorkomen dat in Nederland een suburbane wooncultuur dominant is. De Vinex-locaties zijn de recent gebouwde uitdrukkingen hiervan. In de discussies over deze buitenwijken was de stad het referentiekader. In de formulering van de suburbane opgave slaat de slinger nu door naar een meer landschappelijke benadering. Het taboe op meer landelijke woonmilieus is doorbroken. De suburbane conditie is echter veelomvattender. Ruimtelijke, sociaal-culturele en bestuurlijke veranderingen vragen om het opnieuw doordenken van de suburbane opgaven. Dit nummer van S&RO analyseert die opgaven en brengt de ruimtelijke resultaten daarvan in beeld.
 S&RO 4, 2005
'Under rated, least known and little explored', zo opent de de Lonely Planet over België. Een uitspraak die zeker opgaat voor de gemiddelde Amerikaanse toerist, maar ook voor de gemiddelde S&RO lezer. Hoewel België aan Nederland grenst, staat de ruimtelijke praktijk in de verschillende gewesten (Vlaanderen, Brussel en Wallonië) ver van ons af. En dat terwijl Nederland, nu we hier dreigen vast te lopen in bestaande beleidsdoctrines, best een voorbeeld kan nemen aan de Vlaamse ruimtelijke ontwikkelingen. De 'wanorde' bij de zuiderburen blijkt namelijk niet zo negatief als we altijd hebben gedacht. Het vierde nummer van S&RO laat zien waarom.
 S&RO 3, 2005
Dit nummer is helaas uitverkocht! U kunt het niet bestellen.
 Parkstad Limburg (Supplement S&RO 3, 2005)
Parkstad Limburg, de voormalige mijnregio in Zuid Limburg, is een ruimtelijke lappendeken. Een stedelijk gebied met verschillende kernen gescheiden door een netwerk van groene ruimtes. Van de oude mijnbouw die de regio haar betekenis gaf is tegenwoordig maar weinig terug te vinden. Zeven jaar geleden hebben Heerlen en omliggende gemeenten (Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal) de krachten gebundeld om de regio op termijn te voorzien van een nieuwe identiteit. Dit supplement laat zien hoe de aanwezige kwaliteiten benut kunnen worden zodat Parkstad Limburg als nieuwe stad, als regio, daadwerkelijk op de kaart gezet wordt.
 S&RO 2, 2005
Door globalisering is de regio van bestuurlijk stiefkind tot één van de meest dynamische schaalniveaus geworden. Regio''s zijn het resultaat van uiteenlopende krachten. Economische, politieke en culturele processen zijn bepalend voor de ''begrenzing'' ervan. De regio is nog het best te omschrijven als een sociale constructie, die minder eenduidig met een territorium verbonden is dan de nationale staat of het lokale bestuur. In dit tweede nummer van S&RO wordt onderzocht wat dit betekent voor de zoektocht naar regionale identiteit(en) en de positie van regionale planning, bestuur en ontwerp.
 S&RO 1, 2005
Het Europese platteland verandert in rap tempo. In sommige gebieden neemt de stedelijke invloed toe. Recreatie en landelijk wonen vullen de vrijgekomen ruimte van de teruglopende landbouw. Stedelingen werpen zich op als de hoeders van de plattelandscultuur. Elders ontstaat juist het nieuwe achtererf van Europa met marginale landbouw, vergrijzing en bevolkingsafname. ''Platteland'' is een ontoereikend begrip geworden om deze uiteenlopende trends te beschrijven. In het eerste nummer van S&RO daarom een zoektocht naar de ontwikkelingen van wat voorheen het Europese platteland was, oftewel ''V/H Platteland''.
x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.